Uitleg & onderwerpen
Zoek op wat je kind wil begrijpen.Van breuken tot zinsontleding
Heldere uitleg, voorbeelden en gratis kennismakingsvragen. Kies rekenen, taal of begrijpend lezen en ga van overzicht naar precies het onderwerp dat je zoekt.
01Rekenen
Getallen, verhoudingen en meten.
Begin bij het overzicht of kies een onderwerp met printbare voorbeelden per groep.
Rekenen — overzicht
Alle rekendomeinen, groepen en toetsmomenten bij elkaar.
Breuken
Herkennen, vergelijken, gelijknamig maken en rekenen met breuken.
Procenten
Van delen van honderd tot korting en procenten van een bedrag.
Tafels
Keer- en deelsommen en de tafels door elkaar.
Klokkijken
Analoge en digitale tijd, tijdsduur en de wijzers goed lezen.
Meten & omrekenen
Lengte, gewicht, inhoud, omtrek en oppervlakte.
Redactiesommen
De rekensom vinden in een verhaal en stap voor stap uitwerken.
Alle rekenwerkbladen
Printbare werkbladen met antwoorden voor groep 5 t/m 8.
02Taal
Spelling, zinsdelen en woordsoorten.
De nieuwste uitlegpagina’s vormen samen een leerlijn: eerst herkennen, dan vergelijken, daarna zelf proberen.
Spelling — overzicht
Spelling, werkwoorden, dictee en leestekens per groep.
Luisterdictee
Luister naar de zin en het woord en bekijk de spellingregel.
Werkwoordspelling
Tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord.
Leestekens
Punt, komma, vraagteken, uitroepteken en meer.
Zinsontleding
Persoonsvorm, gezegde, onderwerp en lijdend voorwerp.
Persoonsvorm
Vind de persoonsvorm met de tijdproef en getalsproef.
Onderwerp van de zin
Vind wie of wat iets doet en pak de hele woordgroep.
Werkwoordelijk gezegde
Alle werkwoorden die samen vertellen wat er gebeurt.
Lijdend voorwerp
Vind wie of wat de handeling ondergaat.
Meewerkend voorwerp
Zoek wie iets krijgt of aan wie iets wordt verteld.
Naamwoordelijk gezegde
Zie wat iemand of iets is, wordt of blijft met een koppelwerkwoord.
Bijwoordelijke bepaling
Voegt bijvoorbeeld tijd, plaats, manier of reden aan een zin toe.
Hoofdzin en bijzin
Herken hoe twee delen samen één langere zin vormen.
Woordsoorten
Het verschil tussen werkwoorden, naamwoorden en lidwoorden.
Zelfstandig naamwoord
Mensen, dieren, dingen, plaatsen en begrippen herkennen.
Werkwoord
Handelingen, gebeurtenissen, toestanden en hulpwerkwoorden.
Bijvoeglijk naamwoord
Woorden die een eigenschap of kenmerk noemen.
Lidwoorden
De, het en een herkennen — en zien wanneer het géén lidwoord is.
Persoonlijk voornaamwoord
Woorden zoals ik, jij, hij en zij verwijzen naar iemand of iets.
Bezittelijk voornaamwoord
Woorden zoals mijn en jouw laten zien bij wie of wat iets hoort.
Voorzetsel
Woorden zoals in, op en naast leggen een verhouding uit.
Bijwoord
Zegt iets over een werkwoord, een beschrijving, een ander bijwoord of de zin.
Voegwoord
Verbindt woorden of zinnen, bijvoorbeeld en, maar, omdat of want.
Telwoord
Geeft een aantal of volgorde aan, zoals drie of eerste.
Voltooid deelwoord
Herkennen en spellen met ’t kofschip.
03Begrijpend lezen
Snappen wat er écht staat.
Van terugzoeken en moeilijke woorden tot verbanden, hoofdgedachte en bedoeling van de schrijver.
Begrijpend lezen — overzicht
Teksten, vraagsoorten en niveaus van groep 5 t/m 8.
Leesstrategieën
Wat je vóór, tijdens en na het lezen kunt doen.
Oefenbladen begrijpend lezen
Originele teksten met vragen en een antwoordblad.
Begrijpend lezen & doorstroomtoets
Langere teksten en vragen op het niveau van groep 8.
Van uitleg naar Oefenen
Hier oriënteer je je. In Oefenplaneet oefent je kind verder.
De openbare pagina’s geven uitleg, voorbeelden en een gratis kennismaking. Met een abonnement krijgt je kind onbeperkt Oefenen, hele Oefentoetsen en Proeftoetsen, plus een ouderoverzicht per onderwerp.