Naar de inhoud

Uitleg & onderwerpen

Zoek op wat je kind wil begrijpen.Van breuken tot zinsontleding

Heldere uitleg, voorbeelden en gratis kennismakingsvragen. Kies rekenen, taal of begrijpend lezen en ga van overzicht naar precies het onderwerp dat je zoekt.

01Rekenen

Getallen, verhoudingen en meten.

Begin bij het overzicht of kies een onderwerp met printbare voorbeelden per groep.

02Taal

Spelling, zinsdelen en woordsoorten.

De nieuwste uitlegpagina’s vormen samen een leerlijn: eerst herkennen, dan vergelijken, daarna zelf proberen.

Spelling — overzicht

Spelling, werkwoorden, dictee en leestekens per groep.

Luisterdictee

Luister naar de zin en het woord en bekijk de spellingregel.

Werkwoordspelling

Tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord.

Leestekens

Punt, komma, vraagteken, uitroepteken en meer.

Zinsontleding

Persoonsvorm, gezegde, onderwerp en lijdend voorwerp.

Persoonsvorm

Vind de persoonsvorm met de tijdproef en getalsproef.

Onderwerp van de zin

Vind wie of wat iets doet en pak de hele woordgroep.

Werkwoordelijk gezegde

Alle werkwoorden die samen vertellen wat er gebeurt.

Lijdend voorwerp

Vind wie of wat de handeling ondergaat.

Meewerkend voorwerp

Zoek wie iets krijgt of aan wie iets wordt verteld.

Naamwoordelijk gezegde

Zie wat iemand of iets is, wordt of blijft met een koppelwerkwoord.

Bijwoordelijke bepaling

Voegt bijvoorbeeld tijd, plaats, manier of reden aan een zin toe.

Hoofdzin en bijzin

Herken hoe twee delen samen één langere zin vormen.

Woordsoorten

Het verschil tussen werkwoorden, naamwoorden en lidwoorden.

Zelfstandig naamwoord

Mensen, dieren, dingen, plaatsen en begrippen herkennen.

Werkwoord

Handelingen, gebeurtenissen, toestanden en hulpwerkwoorden.

Bijvoeglijk naamwoord

Woorden die een eigenschap of kenmerk noemen.

Lidwoorden

De, het en een herkennen — en zien wanneer het géén lidwoord is.

Persoonlijk voornaamwoord

Woorden zoals ik, jij, hij en zij verwijzen naar iemand of iets.

Bezittelijk voornaamwoord

Woorden zoals mijn en jouw laten zien bij wie of wat iets hoort.

Voorzetsel

Woorden zoals in, op en naast leggen een verhouding uit.

Bijwoord

Zegt iets over een werkwoord, een beschrijving, een ander bijwoord of de zin.

Voegwoord

Verbindt woorden of zinnen, bijvoorbeeld en, maar, omdat of want.

Telwoord

Geeft een aantal of volgorde aan, zoals drie of eerste.

Voltooid deelwoord

Herkennen en spellen met ’t kofschip.

03Begrijpend lezen

Snappen wat er écht staat.

Van terugzoeken en moeilijke woorden tot verbanden, hoofdgedachte en bedoeling van de schrijver.

Van uitleg naar Oefenen

Hier oriënteer je je. In Oefenplaneet oefent je kind verder.

De openbare pagina’s geven uitleg, voorbeelden en een gratis kennismaking. Met een abonnement krijgt je kind onbeperkt Oefenen, hele Oefentoetsen en Proeftoetsen, plus een ouderoverzicht per onderwerp.

Onderwerpen — rekenen, taal en begrijpend lezen