Taal, stap voor stap /Oefenen voor groep 6–8
Wat is een telwoord?
Een telwoord zegt hoeveel of de hoeveelste. Drie noemt een aantal, derde een plek in een rij. Ook veel en weinig zijn telwoorden, al zeggen ze niet precies hoeveel.
Vergelijk de zinnen, volg het voorbeeld en probeer het zelf.
Maak gratis kennis: vijf vragen met tips en uitleg, zonder account.
Drie zinnen over Jip. Wat vertelt het telwoord?
Vraag bij elk gemarkeerd woord: hoeveel, of de hoeveelste?
Jip heeft drie konijnen.
Hoeveel konijnen heeft Jip? Drie. Een telwoord dat een aantal noemt, heet een hoofdtelwoord.
01 Stap voor stap
Hoeveel, de hoeveelste, of geen telwoord?
Zoek alle telwoorden in deze zin. Let op: één klein woord lijkt een telwoord, maar is het hier niet.
Voor zijn tiende verjaardag kreeg Daan een fiets en twee kaartjes voor de eerste voorstelling.
Vraag: hoeveel?
Hoeveel kaartjes kreeg Daan? Twee. Dat is een hoofdtelwoord: het noemt een aantal.
Vraag: de hoeveelste?
De hoeveelste verjaardag? De tiende. De hoeveelste voorstelling? De eerste. Dat zijn rangtelwoorden: ze noemen een plek in een rij.
Controleer een
Je zegt ‘un fiets’, niet ‘één fiets’. Het gaat niet om het aantal: Daan kreeg gewoon een fiets. Daarom is een hier een lidwoord.
Kijk naar de rest
Verjaardag, fiets, kaartjes en voorstelling zijn zelfstandige naamwoorden. De telwoorden horen erbij en zeggen hoeveel of de hoeveelste.
De telwoorden zijn tiende, twee en eerste. Een is hier een lidwoord.
Samen oefenen? Zet samen een paar bekers op een rij en tel ze: drie bekers, de eerste beker, de tweede beker. Laat je kind steeds zeggen of het woord hoeveel zegt of de hoeveelste. Zeg ook eens ‘een beker’ en ‘één beker’ hardop: hoor je het verschil?
02 De taalregels
De regels, met voorbeelden.
Zoek de regel die je nodig hebt. Open een onderdeel voor uitleg en voorbeelden.
Hoofdtelwoord en rangtelwoord
Een hoofdtelwoord noemt een aantal: vraag hoeveel? Een rangtelwoord noemt een plek in een rij: vraag de hoeveelste? Het zelfstandig naamwoord kan ook ontbreken.
| Soort | Voorbeeld |
|---|---|
| Hoofdtelwoord: hoeveel? | Er staan vijf fietsen in het rek. |
| Rangtelwoord: de hoeveelste? | Mijn fiets staat op de vijfde plek. |
| Zonder zelfstandig naamwoord | Hoeveel snoepjes wil je? Ik wil er twee. |
Bepaald en onbepaald
Een bepaald telwoord noemt een precies getal of een precieze plek: zeven, honderd, tiende. Een onbepaald telwoord zegt ook iets over een aantal, maar niet precies: veel en weinig. In Er zijn weinig wolken weet je niet hoeveel wolken het zijn, wel dat het er niet veel zijn.
Over woorden als sommige en alle zijn grammaticaboeken het niet eens: de ene noemt ze een telwoord, de andere een voornaamwoord. Volg daarvoor de uitleg van je eigen methode. In de oefenvragen op deze pagina komen ze niet voor.
Een of één?
Het woord een is meestal een lidwoord: Ik eet een appel. Je zegt dan ‘un’. Bedoel je het getal 1, dan is het een telwoord: Ik eet maar één appel, geen twee. Met de accenten op één laat je zien dat je het aantal bedoelt.
Telwoorden schrijven
Een telwoord blijft een telwoord, of je het nu in cijfers of in letters schrijft: 12 knikkers en twaalf knikkers. Schrijf je het in letters, let dan op deze afspraken.
- Getallen tot duizend schrijf je aan elkaar: eenentwintig, achtenveertig, honderdtwintig.
- Botsen er klinkers, dan komt er een trema: tweeëntwintig, drieëndertig. Meer daarover lees je bij trema en koppelteken.
- Rangtelwoorden eindigen op -de of -ste: vierde en tiende, maar eerste, achtste en twintigste.
Telwoord of bijvoeglijk naamwoord?
Een telwoord staat vaak op dezelfde plek als een bijvoeglijk naamwoord: drie gele vlaggen. Toch doen ze iets anders. Gele zegt hoe de vlaggen zijn, drie zegt hoeveel het er zijn. Past de vraag hoeveel of de hoeveelste, dan heb je meestal een telwoord.
03 Zelf oefenen
Van lezen naar doen.
Probeer het zelf. Open een tip als je vastloopt. Na het nakijken zie je het antwoord én de uitleg.
Vijf vaste vragen over telwoorden, met een tip en uitleg. Voor groep 6–8, zonder account. Je resultaat wordt niet opgeslagen.
Een klein oefenrondje
Herken het telwoord
Vijf vaste vragen. Denk zelf na, pak een tip als je vastloopt en ontdek waarom het antwoord klopt.
Altijd dezelfde vijf vragen · geen account nodig
Voor ouders Het Oefenplaneet-abonnement
Vandaag telwoorden.
En daarna?
Deze pagina helpt je kind telwoorden te herkennen. Met een abonnement kan je kind blijven oefenen met taalverzorging, rekenen en begrijpend lezen. Jij houdt zicht op wat goed gaat en wat nog aandacht vraagt.
Hulp als je kind vastloopt
Ontleden & woordsoorten voor groep 6 t/m 8. Tips helpen op weg; uitleg na het nakijken laat zien waarom een antwoord klopt.
Weten waar je kunt helpen
Het ouderoverzicht laat per kind zien welke onderwerpen goed gaan en waar nog oefening nodig is. Zo kies je gericht wat jullie hierna doen.
Van losse woorden naar de hele zin
Kies een oefenonderdeel, oefen een gemengde ronde of onderzoek samenhangende delen stap voor stap. Extra oefenstof voor school, buiten de Oefentoets en Proeftoets.
Van kennismaken naar blijven oefenen
Eén abonnement.
Drie vakken.
Voor jullie gezin, met een eigen profiel en voortgang voor maximaal 3 kinderen.
€ 79per jaar
of € 11,95 per maand
Bekijk het abonnementStandaardtarieven. Bekijk de plannen en eventuele persoonlijke korting voordat je kiest.

Nog iets uitzoeken?
Veelgestelde vragen.
Wat is het verschil tussen een hoofdtelwoord en een rangtelwoord?
Een hoofdtelwoord zegt hoeveel: zes in zes stoelen. Een rangtelwoord zegt de hoeveelste: zesde in de zesde stoel. Rangtelwoorden eindigen op -de of -ste.
Is een altijd een telwoord?
Nee. Meestal is een een lidwoord: een boek. Alleen als je het getal 1 bedoelt, is het een telwoord: één boek, niet twee. Bij twijfel helpen de accenten op één.
Zijn veel en weinig ook telwoorden?
Ja, op school heten ze onbepaalde telwoorden. Ze zeggen iets over een aantal, maar niet precies hoeveel. Bij sommige en alle verschillen de methoden: de ene noemt ze een telwoord, de andere een voornaamwoord.
Hoe schrijf je een getal als 22 in letters?
Aan elkaar, met een trema: tweeëntwintig. Het trema laat zien dat na twee een nieuw deel begint. Zonder botsende klinkers is er geen trema nodig: vierentwintig, zevenendertig.
In welke groep leer je het telwoord?
Dat verschilt per schoolmethode. De nieuwe kerndoelen Nederlands gelden sinds augustus 2026; scholen hebben tot 2031 om over te stappen. Ze vragen dat kinderen leren kijken naar de vorm en de betekenis van woorden en zinnen, maar schrijven niet voor in welke groep een woordsoort aan bod komt. Oefenplaneet biedt het telwoord aan voor groep 6 tot en met 8; dat is onze eigen keuze.
Komt dit in de Oefentoets of Proeftoets?
Nee. Ontleden & woordsoorten is bij Oefenplaneet extra oefenstof voor school. Je kunt er gericht mee oefenen, maar het zit niet in onze Oefentoets of Proeftoets.
Het Oefenplaneet-abonnement
Maak van oefenen een gewoonte.
Korte rondes voor je kind. Inzicht voor jou.
Verder met taal, rekenen en begrijpend lezen, op één plek.