Taal, stap voor stap /Oefenen voor groep 6–8
Wat zijn lidwoorden?
De lidwoorden zijn de, het en een. Ze horen bij een zelfstandig naamwoord: de tent, het vuur, een zaklamp. Maar let op: niet elke het of een in een zin is een lidwoord.
Vergelijk de zinnen, volg het voorbeeld en probeer het zelf.
Maak gratis kennis: vijf vragen met tips en uitleg, zonder account.
Drie kleine woorden. Hoort er een naam bij?
Lees door tot het zelfstandig naamwoord dat erbij hoort.
Het vuur knettert.
Direct na ‘het’ staat vuur, een zelfstandig naamwoord. Hier is ‘het’ een lidwoord.
01 Stap voor stap
Niet elk het is een lidwoord.
Zoek alle lidwoorden in deze zin. Begin bij de zelfstandige naamwoorden en lees dan terug.
Het is koud, dus opa zet een grote pot thee voor de buren.
Zoek de zelfstandige naamwoorden
Opa, pot, thee en buren noemen iemand of iets. Bij die woorden kan een lidwoord horen.
Lees terug naar het lidwoord
Een hoort bij pot; grote staat ertussen. De hoort bij buren. Bij opa en thee staat geen lidwoord, en dat mag.
Controleer het eerste woord
Na het komt is, en dat is geen zelfstandig naamwoord. Het eerste woord hoort bij geen enkele naam. Hier is het een voornaamwoord, geen lidwoord.
De lidwoorden zijn een en de. Het eerste woord van de zin is hier geen lidwoord.
Samen oefenen? Laat je kind bij elke “de”, “het” of “een” met een vinger doorschuiven tot het zelfstandig naamwoord dat erbij hoort. Lukt dat niet, zoals bij “Het regent”? Dan hoort het woord niet bij een naam en is het geen lidwoord.
02 De taalregels
De regels, met voorbeelden.
Zoek de regel die je nodig hebt. Open een onderdeel voor uitleg en voorbeelden.
Bepaald en onbepaald
De en het zijn bepaalde lidwoorden. Je gebruikt ze meestal als duidelijk is welk ding je bedoelt. Een is het onbepaalde lidwoord: het gaat om één ding dat nog niet bekend is.
| Lidwoord | Voorbeeld |
|---|---|
| de (bepaald) | Pak de trein van acht uur. |
| het (bepaald) | Het station is druk. |
| een (onbepaald) | Ik koop een kaartje. |
Meervoud: altijd de
Een het-woord krijgt in het meervoud de: het station wordt de stations. Een heeft geen meervoud: een kaartje wordt kaartjes.
Er kan iets tussen staan
Tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord kunnen andere woorden staan, vaak een bijvoeglijk naamwoord: het drukke station, een lange, volle trein. Lees daarom door tot het zelfstandig naamwoord. Daar hoort het lidwoord bij.
Het is niet altijd een lidwoord
Het kan ook een voornaamwoord zijn. In Het regent komt er geen zelfstandig naamwoord achter. In Waar is mijn boek? Het ligt op tafel. staat het in plaats van mijn boek. In beide zinnen is het geen lidwoord.
Woorden die op een lidwoord lijken
Mijn, jouw, deze en dat kunnen op dezelfde plek staan: mijn trein, deze trein. Het zijn geen lidwoorden. Ze zeggen van wie iets is, of ze wijzen iets aan.
03 Zelf oefenen
Van lezen naar doen.
Probeer het zelf. Open een tip als je vastloopt. Na het nakijken zie je het antwoord én de uitleg.
Vijf vaste vragen over lidwoorden, met een tip en uitleg. Voor groep 6–8, zonder account. Je resultaat wordt niet opgeslagen.
Een klein oefenrondje
Herken de lidwoorden
Vijf vaste vragen. Denk zelf na, pak een tip als je vastloopt en ontdek waarom het antwoord klopt.
Altijd dezelfde vijf vragen · geen account nodig
Voor ouders Het Oefenplaneet-abonnement
Vandaag lidwoorden.
En daarna?
Deze pagina helpt je kind lidwoorden te herkennen. Met een abonnement kan je kind blijven oefenen met taalverzorging, rekenen en begrijpend lezen. Jij houdt zicht op wat goed gaat en wat nog aandacht vraagt.
Hulp als je kind vastloopt
Ontleden & woordsoorten voor groep 6 t/m 8. Tips helpen op weg; uitleg na het nakijken laat zien waarom een antwoord klopt.
Weten waar je kunt helpen
Het ouderoverzicht laat per kind zien welke onderwerpen goed gaan en waar nog oefening nodig is. Zo kies je gericht wat jullie hierna doen.
Van losse woorden naar de hele zin
Kies een oefenonderdeel, oefen een gemengde ronde of onderzoek samenhangende delen stap voor stap. Extra oefenstof voor school, buiten de Oefentoets en Proeftoets.
Van kennismaken naar blijven oefenen
Eén abonnement.
Drie vakken.
Voor jullie gezin, met een eigen profiel en voortgang voor maximaal 3 kinderen.
€ 79per jaar
of € 11,95 per maand
Bekijk het abonnementStandaardtarieven. Bekijk de plannen en eventuele persoonlijke korting voordat je kiest.

Nog iets uitzoeken?
Veelgestelde vragen.
Hoeveel lidwoorden zijn er?
Drie: de, het en een. De en het zijn bepaalde lidwoorden; een is het onbepaalde lidwoord.
Is “het” altijd een lidwoord?
Nee. In Het sneeuwt komt er geen zelfstandig naamwoord na het. Daar is het een voornaamwoord. In het sneeuwballengevecht hoort het wel bij een zelfstandig naamwoord: dan is het een lidwoord.
Is “een” altijd een lidwoord?
Nee. In Ik heb maar één zus betekent het woord het getal 1. Dan is het een telwoord. Je schrijft het dan vaak met accenten, zeker als het anders verwarrend is. In Ik zie een reiger is een wel een lidwoord.
Hoe weet je of een woord een de-woord of een het-woord is?
Daar is geen regel voor die altijd werkt. Je leert het vooral door het vaak te horen en te lezen; bij twijfel zoek je het op in een woordenboek. Twee houvasten: een verkleinwoord in het enkelvoud is een het-woord (het treintje). Het bepaalde lidwoord in het meervoud is de, ook bij verkleinwoorden: de treintjes.
Heeft elk zelfstandig naamwoord een lidwoord?
Nee. In Lotte drinkt melk staat geen lidwoord bij Lotte of melk. Ook in het meervoud kan het lidwoord ontbreken: Er liggen schelpen op het strand.
In welke groep leer je lidwoorden?
SLO noemt lidwoorden al bij groep 3–4. Hoe en wanneer je kind ze leert, verschilt per schoolmethode. Bij Oefenplaneet is lidwoorden herkennen extra oefenstof voor groep 6–8, buiten de Oefentoets en Proeftoets.
Het Oefenplaneet-abonnement
Maak van oefenen een gewoonte.
Korte rondes voor je kind. Inzicht voor jou.
Verder met taal, rekenen en begrijpend lezen, op één plek.