Taal, stap voor stap /Groep 7–8
Wat is een voltooid deelwoord?
Een voltooid deelwoord is een werkwoordsvorm, zoals gefietst, verhuisd of gelopen. Vaak staat hij bij hebben, zijn of worden. Regelmatige werkwoorden eindigen op t of d; kijk daarvoor naar het hele werkwoord.
Ontdek het verschil, denk even mee en probeer het zelf.
Maak gratis kennis: vijf vragen met tips en uitleg, zonder account.
Eén werkwoord. Drie vormen.
Bekijk wat verhuizen doet in deze zinnen.
Noor verhuist vandaag.
Het gebeurt nu. Bij Noor (zij) gebruik je in de tegenwoordige tijd de ik-vorm verhuis + t.
01 Denk even mee
Je hoort een t. Schrijf je die ook?
Bij leven kan de ik-vorm je op het verkeerde spoor zetten.
Kies een antwoord en ontdek waarom het hier past.
02 Stap voor stap
Eerst herkennen. Dan spellen.
Bij verhuizen doorloop je de keuze tussen de werkwoordsvorm, het voorvoegsel en de eindletter.
Vul de goede vorm in: "De buren zijn vorige week … (verhuizen)."
Welke werkwoordsvorm heb je nodig?
De buren zijn vorige week … vertelt over hun afgeronde verhuizing. Bij zijn past hier het voltooid deelwoord van verhuizen.
Ge- ervoor?
In verhuizen is ver- een onbeklemtoond voorvoegsel. Daarom komt er geen extra ge- bij: verhuisd. Kijk niet alleen naar de eerste letters: verven wordt bijvoorbeeld geverfd.
T of d?
Haal -en van het hele werkwoord af: verhuiz. De laatste medeklinker is een z. Die staat niet in ’t kofschip, dus komt er een d.
Controleer door het woord langer te maken
de verhuisde buren: je hoort een d. Klopt.
Antwoord: "De buren zijn vorige week verhuisd."
Samen oefenen? Vraag niet alleen “t of d?”, maar eerst: “Wat is het hele werkwoord?” Zo blijft bij leven de v en bij verhuizen de z in beeld.
Om erbij te pakken
De regels, met voorbeelden.
Zoek de regel die je nodig hebt. Open een onderdeel voor uitleg en voorbeelden.
Zo herken je het voltooid deelwoord
Meestal staat er in dezelfde zin een vorm van hebben, zijn of worden. Het voltooid deelwoord staat dan vaak achteraan.
Een voltooid deelwoord kan ook zonder die werkwoorden, vóór een zelfstandig naamwoord: de geverfde muur. Dat lees je verderop bij het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord.
Ik heb mijn kamer opgeruimd.
heb + opgeruimd
Ben jij al eens in Parijs geweest?
ben + geweest
Het brood wordt elke ochtend gebakken.
wordt + gebakken
Regelmatige werkwoorden: eindigen op t of d
De geschreven stam zie je meestal in de ik-vorm: ik werk, ik bel, ik fiets. Let op: voor de keuze tussen t en d ga je terug naar het hele werkwoord, want een v kan in de ik-vorm een f worden en een z een s.
Voor de t of d haal je -en van het hele werkwoord af en kijk je naar de laatste medeklinker: werken → k, bellen → l, juichen → ch. Staat die in ’t kofschip (t, k, f, s, ch, p, en ook x)? Dan komt er een t achter. Staat hij er niet in? Dan een d.
| Werkwoord | Voltooid deelwoord |
|---|---|
| werken (k zit in ’t kofschip) | gewerkt |
| fietsen (s zit in ’t kofschip) | gefietst |
| juichen (ch zit in ’t kofschip) | gejuicht |
| faxen (x telt ook mee) | gefaxt |
| bellen (l zit er niet in) | gebeld |
| horen (r zit er niet in) | gehoord |
Let op bij v en z
Bij leven en verhuizen schrijf je de stam met een f of s: ik leef, ik verhuis. Maar voor de t of d haal je -en van het hele werkwoord af: dan eindigt het op een v en een z. Die staan niet in ’t kofschip, dus komt er een d.
Opa heeft lang in Spanje geleefd.
Niet: Opa heeft lang in Spanje geleeft.
leven heeft een v: dus een d.
De buren zijn verhuisd.
Niet: De buren zijn verhuist.
verhuizen heeft een z: dus een d.
Geen ge- ervoor, en geen dubbele letter
- Bij werkwoorden met een onbeklemtoond voorvoegsel zoals be-, ge-, ver- of ont- komt er meestal geen extra ge- voor: betalen → betaald, herhalen → herhaald, gebeuren → gebeurd, ontdekken → ontdekt. Kijk niet alleen naar de eerste letters: verven heeft niet het voorvoegsel ver- en wordt geverfd. Bij her- bestaan verschillende patronen; leer bijvoorbeeld herhaald en heringedeeld als hele vormen.
- Is het werkwoord scheidbaar (ik ruim op, ik leg uit)? Dan komt ge- tussen de twee delen: opruimen → opgeruimd, uitleggen → uitgelegd.
- Eindigt de stam al op een t of d? Dan komt er niets meer achter: zetten → gezet, praten → gepraat, branden → gebrand.
Onregelmatige werkwoorden: uit je hoofd
Sommige werkwoorden volgen de regel niet. Hun voltooid deelwoord leer je uit je hoofd. Vaak eindigt het op -en.
| Werkwoord | Voltooid deelwoord |
|---|---|
| lopen | gelopen |
| schrijven | geschreven |
| ruiken | geroken |
| brengen | gebracht |
| zijn | geweest |
| hebben | gehad |
Bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord
Je kunt een voltooid deelwoord ook vóór een zelfstandig naamwoord zetten: de geverfde muur, het verhuisde gezin. Dan heet het een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord.
Meestal komt er een -e achter. De keuze tussen t en d verandert daardoor niet. Twijfel je, maak het woord dan zo langer en luister: gewerkt → de gewerkte uren, verhuisd → de verhuisde buren.
Met de -e erachter gelden wel de gewone spellingregels: gered → het geredde kind, vergroot → de vergrote foto.
De geverfde muur is nog nat.
Niet: De geverfte muur is nog nat.
verven heeft een v, dus geverfd, en met -e: geverfde.
Onder de geplante boom is het koel.
Niet: Onder de geplantte boom is het koel.
De stam plant eindigt al op een t. Er komt geen tweede t bij.
Ik eet een gebakken ei.
Eindigt het voltooid deelwoord op -en, dan komt er geen -e achter.
De voltooide tijden
Met het voltooid deelwoord maak je de voltooide tijden. Het hulpwerkwoord bepaalt welke tijd het is.
| Tijd | Voorbeeld |
|---|---|
| Voltooid tegenwoordige tijd: heb, heeft, ben, is … + voltooid deelwoord | Ik heb mijn huiswerk gemaakt. |
| Voltooid verleden tijd: had, was … + voltooid deelwoord | Ik had mijn huiswerk al gemaakt. |
En wat is een onvoltooid deelwoord?
Dat is een andere vorm. Je maakt hem met het hele werkwoord + d: lopen → lopend, zingen → zingend, lachen → lachend. Hij laat zien dat iets bezig is, of hoe iets gebeurt: Zingend fietst Sam naar school.
Staat hij voor een zelfstandig naamwoord, dan komt er meestal een -e achter: de huilende baby, een werkende machine. Na een met een het-woord niet: een lachend kind.
03 Zelf oefenen
Van lezen naar doen.
Probeer het zelf. Open een tip als je vastloopt. Na het nakijken zie je het antwoord én de uitleg.
Vijf vaste vragen over het voltooid deelwoord voor groep 7. Kies, vul aan en ontdek de regel. Dit is geen toets.
Een klein oefenrondje
Vijf zinnen: vul het voltooid deelwoord in
Vijf vaste vragen. Denk zelf na, pak een tip als je vastloopt en ontdek waarom het antwoord klopt.
Altijd dezelfde vijf vragen · geen account nodig
Voor ouders Het Oefenplaneet-abonnement
Vandaag het voltooid deelwoord.
En daarna?
Deze pagina helpt bij één taalregel. Met een abonnement kan je kind blijven oefenen met taalverzorging, rekenen en begrijpend lezen. Jij houdt zicht op wat goed gaat en wat nog aandacht vraagt.
Hulp als je kind vastloopt
Onbeperkt Oefenen voor groep 5 t/m 8. Tips helpen op weg; uitleg na het nakijken laat zien waarom een antwoord klopt.
Weten waar je kunt helpen
Het ouderoverzicht laat per kind zien welke onderwerpen goed gaan en waar nog oefening nodig is. Zo kies je gericht wat jullie hierna doen.
Ook oefenen met een hele toets
Een Oefentoets geeft uitleg na elke vraag. Bij een Proeftoets werkt je kind eerst zelfstandig; de uitslag en uitleg volgen na afloop.
Van kennismaken naar blijven oefenen
Eén abonnement.
Drie vakken.
Voor jullie gezin, met een eigen profiel en voortgang voor maximaal 3 kinderen.
€ 79per jaar
of € 11,95 per maand
Bekijk het abonnementStandaardtarieven. Bekijk de plannen en eventuele persoonlijke korting voordat je kiest.

Nog iets uitzoeken?
Veelgestelde vragen.
Wat is het verschil tussen "gebeurd" en "gebeurt"?
Gebeurd met een d is het voltooid deelwoord, bij is of zijn: Wat is er gebeurd? Gebeurt met een t is de tegenwoordige tijd (stam + t): Dat gebeurt vaak.
Wat is het verschil tussen de verleden tijd en het voltooid deelwoord?
In de (onvoltooid) verleden tijd is het werkwoord één woord: ik werkte, zij verhuisde. In een voltooide tijd staat een voltooid deelwoord samen met hebben of zijn: ik heb gewerkt, zij is verhuisd. Bij regelmatige werkwoorden helpt ’t kofschip bij allebei.
Wat is ’t kofschip?
Een ezelsbruggetje met de letters t, k, f, s, ch en p; de x telt ook mee (daarom zeggen sommige scholen ’t ex-kofschip). Haal -en van het hele werkwoord af. Is de laatste medeklinker (zoals k of ch) een van die letters, dan krijgt het voltooid deelwoord een t, anders een d. Sommige kinderen leren soft ketchup: vergeet dan de x niet.
Wanneer schrijf je een voltooid deelwoord met -e erachter?
Als het vóór een zelfstandig naamwoord staat, zoals een bijvoeglijk naamwoord: de geverfde muur. Na een met een het-woord (enkelvoud) komt er geen -e: een geverfd hek. Een voltooid deelwoord op -en krijgt geen -e: het gebakken brood.
In welke groep leer je het voltooid deelwoord?
Kinderen oefenen het voltooid deelwoord vooral in groep 7 en 8. Het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord komt aan het eind van groep 7 en in groep 8. Werkwoordspelling is een vast onderdeel van taalverzorging op de doorstroomtoets.
Het Oefenplaneet-abonnement
Maak van oefenen een gewoonte.
Korte rondes voor je kind. Inzicht voor jou.
Verder met taal, rekenen en begrijpend lezen, op één plek.