Naar de uitleg

Taal, stap voor stap /Groep 5–8

Schrijf je maanden met een hoofdletter?

Nee: dagen en maanden schrijf je in het Nederlands klein. Maar aan het begin van een zin krijgt ook een maand een hoofdletter. Kijk dus niet alleen naar het woord, maar ook naar zijn plek.

Ontdek het verschil, denk even mee en probeer het zelf.

Maak gratis kennis: vijf vragen met tips en uitleg, zonder account.

Hetzelfde woord. Een andere plek.

Kijk wat er verandert bij maart en Pasen.

Ik ben jarig in maart.

Een maand, midden in de zin.

Maart is hier geen naam en begint de zin niet. Je schrijft een kleine m.

01 Denk even mee

En op maandag dan?

Eén datum, drie woorden die je misschien groot wilt schrijven. Welke zin klopt?

Kies de zin met de juiste hoofdletters.

noor is jarig op maandag 4 maart.

Kies een antwoord en ontdek waarom het hier past.

02 Stap voor stap

Zo loop je een zin na.

Werk van links naar rechts: eerst het begin, dan de namen, daarna de gewone woorden.

Zet de hoofdletters goed: "op maandag 4 maart gaat noor met haar opa naar amsterdam."

  1. Begin van de zin

    Het eerste woord krijgt altijd een hoofdletter: op wordt Op.

  2. Zoek de namen

    noor is de naam van een meisje en amsterdam de naam van een stad: Noor en Amsterdam.

  3. Check dagen en maanden

    maandag en maart zijn een dag en een maand. Die blijven klein. opa is geen naam maar een gewoon woord: ook klein.

Antwoord: "Op maandag 4 maart gaat Noor met haar opa naar Amsterdam."

Samen oefenen? Laat je kind bij elke hoofdletter vertellen: komt die door het begin van de zin, of door een naam?

Om erbij te pakken

De regels, met voorbeelden.

Zoek de regel die je nodig hebt. Open een onderdeel voor uitleg en voorbeelden.

De twee hoofdregels

Gewone woorden schrijf je met een kleine letter. Twijfel je midden in een zin? Vraag je af: is dit de officiële eigennaam van een persoon, plek of ding? Dan komt er een hoofdletter.

  • Het eerste woord van een zin begint met een hoofdletter. Ook na een punt, vraagteken of uitroepteken.
  • Namen krijgen een hoofdletter: van mensen en dieren (Emma, Bello), plaatsen en landen (Utrecht, Frankrijk), rivieren en zeeën (de Maas, de Noordzee), werelddelen (Europa), straten (de Kerkstraat) en talen (Nederlands, Engels).

Maanden, dagen en seizoenen: klein

Maanden, dagen en seizoenen zijn in het Nederlands gewone woorden, geen namen. In het Engels krijgen maanden en dagen wél een hoofdletter (January, Monday). Daardoor gaat het in het Nederlands vaak mis.

Altijd klein (midden in een zin)Voorbeeld
Maandenjanuari, maart, oktober
Dagenmaandag, woensdag, zaterdag
Seizoenenlente, zomer, herfst, winter
Vakantieskerstvakantie, zomervakantie
Zo schrijf je het

Mijn verjaardag is op 12 maart.

Niet: Mijn verjaardag is op 12 Maart.

Zo schrijf je het

Op zaterdag gaat Emma naar de markt.

Niet: Op Zaterdag gaat Emma naar de markt.

Emma is een naam: hoofdletter. zaterdag is een dag: klein.

Zo schrijf je het

Maart is vaak nog koud.

Aan het begin van een zin krijgt ook een maand een hoofdletter. Dat komt door de zin, niet door de maand.

Feestdagen wel, vakanties niet

De naam van een feestdag krijgt een hoofdletter: Kerstmis, Pasen, Pinksteren en Koningsdag. Een vakantie of een woord dat van de feestdag is gemaakt, schrijf je klein.

Zo schrijf je het

Met Kerstmis zetten we een kerstboom neer.

Kerstmis is de naam van het feest. kerstboom is een gewoon woord.

Zo schrijf je het

In de kerstvakantie gaan we schaatsen.

Niet: In de Kerstvakantie gaan we schaatsen.

"Ik", landen en de IJ

  • ik schrijf je klein, behalve aan het begin van een zin: Morgen ga ik zwemmen. (In het Engels is I altijd een hoofdletter, in het Nederlands niet.)
  • Aardrijkskundige namen en bijbehorende namen van inwoners en bijvoeglijke naamwoorden krijgen een hoofdletter: Nederlandse kaas, een Franse auto, een Amsterdammer.
  • Begint een zin of naam met ij, dan krijgen beide letters een hoofdletter: IJsland, IJmuiden, IJs is koud.

Nederlandse achternamen met van, de of ter

Woordjes als van, de en ter in een achternaam heten tussenvoegsels. Bij Nederlandse achternamen schrijf je het tussenvoegsel klein als de voornaam of voorletter ervoor staat. Staat er geen voornaam of voorletter voor, dan krijgt het eerste tussenvoegsel een hoofdletter. Bij Belgische achternamen volg je de officieel vastgelegde schrijfwijze, ook na een voornaam.

Zo schrijf je het

Daan van Dijk zit naast mij.

Voornaam ervoor: van klein.

Zo schrijf je het

Meester Van Dijk is jarig.

Niet: Meester van Dijk is jarig.

Geen voornaam ervoor: Van met een hoofdletter.

Na een dubbele punt en in een gesprek

Na een dubbele punt schrijf je meestal verder met een kleine letter: Neem mee: een tas, een fles en een jas. Volgt er een citaat, dus wat iemand letterlijk zegt, dan begint dat met een hoofdletter: Juf zei: 'Pak je boek.'

03 Zelf oefenen

Van lezen naar doen.

Probeer het zelf. Open een tip als je vastloopt. Na het nakijken zie je het antwoord én de uitleg.

Vijf vaste vragen over hoofdletters voor groep 6. Geen account nodig; dit is geen toets.

Een klein oefenrondje

Vijf vragen over hoofdletters, direct hier op de pagina

Vijf vaste vragen. Denk zelf na, pak een tip als je vastloopt en ontdek waarom het antwoord klopt.

Altijd dezelfde vijf vragen · geen account nodig

Voor ouders Het Oefenplaneet-abonnement

Vandaag hoofdletters.
En daarna?

Deze pagina helpt bij één taalregel. Met een abonnement kan je kind blijven oefenen met taalverzorging, rekenen en begrijpend lezen. Jij houdt zicht op wat goed gaat en wat nog aandacht vraagt.

  • Hulp als je kind vastloopt

    Onbeperkt Oefenen voor groep 5 t/m 8. Tips helpen op weg; uitleg na het nakijken laat zien waarom een antwoord klopt.

  • Weten waar je kunt helpen

    Het ouderoverzicht laat per kind zien welke onderwerpen goed gaan en waar nog oefening nodig is. Zo kies je gericht wat jullie hierna doen.

  • Ook oefenen met een hele toets

    Een Oefentoets geeft uitleg na elke vraag. Bij een Proeftoets werkt je kind eerst zelfstandig; de uitslag en uitleg volgen na afloop.

Van kennismaken naar blijven oefenen

Eén abonnement.
Drie vakken.

Voor jullie gezin, met een eigen profiel en voortgang voor maximaal 3 kinderen.

€ 79per jaar

of € 11,95 per maand

Bekijk het abonnement

Standaardtarieven. Bekijk de plannen en eventuele persoonlijke korting voordat je kiest.

Voorbeeld van het ouderoverzicht met de drie vakken: rekenen, taalverzorging en begrijpend lezen.
Een blik in het ouderoverzicht. Voorbeeldweergave, niet de uitslag van dit oefenrondje.

Nog iets uitzoeken?

Veelgestelde vragen.

Schrijf je dagen van de week met een hoofdletter?

Nee. Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag schrijf je klein. Alleen aan het begin van een zin krijgen ze een hoofdletter.

Waarom krijgen maanden in het Engels wel een hoofdletter?

Elke taal heeft eigen regels. In het Engels krijgen maanden en dagen een hoofdletter (January, Monday), in het Nederlands niet. Kinderen die veel Engels lezen, schrijven daardoor vaak per ongeluk Maart.

Schrijf je seizoenen met een hoofdletter?

Nee: lente, zomer, herfst en winter schrijf je klein, net als maanden en dagen.

Krijgen talen en schoolvakken een hoofdletter?

Talen wel: Nederlands, Engels, Turks. Andere schoolvakken niet: rekenen, aardrijkskunde, gym. Dus: Na rekenen hebben we Engels.

Hoe schrijf je IJ met een hoofdletter?

De ij bestaat uit twee letters, de i en de j. Moet een woord met ij met een hoofdletter beginnen, dan schrijf je beide letters groot: IJsland, IJssel, IJs.

Het Oefenplaneet-abonnement

Maak van oefenen een gewoonte.

Korte rondes voor je kind. Inzicht voor jou.
Verder met taal, rekenen en begrijpend lezen, op één plek.

Bekijk het abonnement
Maanden met een hoofdletter? Nee! De hoofdletterregels