Naar de uitleg

Taal, stap voor stap / Groep 5–8

Wanneer zet je een vraagteken?

Je zet een vraagteken achter een zin die als geheel een vraag is. Een vraagwoord zoals “wanneer” is op zichzelf niet genoeg.

Ontdek het verschil, denk even mee en probeer het zelf.

Maak gratis kennis: vijf vragen met tips en uitleg, zonder account.

De hele zin beslist.

Kies een zin. Wat verandert er?

Wanneer begint de film?

Je vraagt iets.

De zin is een vraag. Daarom sluit je af met een vraagteken.

01 Denk even mee

En deze zin dan?

Er kan een vraag in een vraag zitten. Kijk goed naar hoe de hele zin begint.

Het gaat om de hele zin.
Welk teken hoort op de lege plek?

Kun jij vertellen waar de bibliotheek is…

Kies een teken en ontdek waarom het hier past.

02 Stap voor stap

Een vraagwoord is nog geen vraag.

Het woord “wanneer” kan je op het verkeerde been zetten. Zo pak je het aan.

Ik vraag me af wanneer de vakantie begint.

  1. Lees de hele zin.

    De zin begint met “Ik vraag me af”. Je vertelt wat je denkt.

  2. Herken de vraag erin.

    “Wanneer de vakantie begint” is een indirecte vraag: een vraag die in een andere zin is opgenomen.

  3. Kies voor deze zin een punt.

    De hele zin is een mededeling. Rechtstreeks vragen kan ook: Wanneer begint de vakantie?

Samen oefenen? Laat je kind niet alleen een teken kiezen, maar ook vertellen: “Wat doet deze zin: vragen of iets vertellen?”

03 Zelf oefenen

Van lezen naar doen.

Probeer het zelf. Open een tip als je vastloopt. Na het nakijken zie je het antwoord én de uitleg.

Vijf vaste oefenvragen voor groep 6. Geen account nodig; dit is geen toets.

Een klein oefenrondje

Probeer vijf vragen

Vijf vaste vragen. Denk zelf na, pak een tip als je vastloopt en ontdek waarom het antwoord klopt.

Altijd dezelfde vijf vragen · geen account nodig

Voor ouders Het Oefenplaneet-abonnement

Vandaag het vraagteken.
En daarna?

Deze pagina helpt bij één taalregel. Met een abonnement kan je kind blijven oefenen met taalverzorging, rekenen en begrijpend lezen. Jij houdt zicht op wat goed gaat en wat nog aandacht vraagt.

  • Hulp als je kind vastloopt

    Onbeperkt Oefenen voor groep 5 t/m 8. Tips helpen op weg; uitleg na het nakijken laat zien waarom een antwoord klopt.

  • Weten waar je kunt helpen

    Het ouderoverzicht laat per kind zien welke onderwerpen goed gaan en waar nog oefening nodig is. Zo kies je gericht wat jullie hierna doen.

  • Ook oefenen met een hele toets

    Een Oefentoets geeft uitleg na elke vraag. Bij een Proeftoets werkt je kind eerst zelfstandig; de uitslag en uitleg volgen na afloop.

Van kennismaken naar blijven oefenen

Eén abonnement.
Drie vakken.

Voor jullie gezin, met een eigen profiel en voortgang voor maximaal 3 kinderen.

€ 79per jaar

of € 11,95 per maand

Bekijk het abonnement

Standaardtarieven. Bekijk de plannen en eventuele persoonlijke korting voordat je kiest.

Voorbeeld van het ouderoverzicht met de drie vakken: rekenen, taalverzorging en begrijpend lezen.
Een blik in het ouderoverzicht. Voorbeeldweergave, niet de uitslag van dit oefenrondje.

Nog iets uitzoeken?

De kleine
vraagtekens.

Van een vraag in een gesprek tot een vraag waarop niemand hoeft te antwoorden.

Komt er een vraagteken na een vraagwoord als "wie" of "waarom"?

Niet automatisch. Kijk naar de hele zin: Wanneer begint de film? is een vraag. Ik weet niet wanneer de film begint. is een mededeling. Weet jij wanneer de film begint? is weer een vraag. Het woord wanneer staat in alle drie.

Wat is een indirecte vraag?

Een vraag die in een andere zin is opgenomen, met een andere woordvolgorde. Vergelijk Waar is mijn jas? met Ik weet niet waar mijn jas is. De hele zin bepaalt het leesteken: Ik weet niet … is een mededeling, maar Weet jij waar mijn jas is? is een vraag.

Waar staat het vraagteken bij aanhalingstekens?

Hoort het vraagteken bij wat iemand letterlijk vraagt, dan staat het binnen de aanhalingstekens: Oma vroeg: ‘Kom je mee?’ Daarna hoeft er geen punt meer. Vraagt de omringende zin iets over een mededeling, dan staat het vraagteken erbuiten: Zei oma: ‘Ik ga mee’?

Krijgt een retorische vraag ook een vraagteken?

Ja. Een vraag waarop je geen antwoord verwacht, zoals Is dat nou zo moeilijk?, is nog steeds een vraagzin en krijgt een vraagteken.

Komt er na een vraagteken een hoofdletter?

Als er een nieuwe zin begint, wel: Ben je klaar? Dan gaan we. Maar na een citaat kan dezelfde zin nog verdergaan: ‘Kom je ook?’ vroeg Sam. Dan blijft vroeg klein. Zet geen spatie vóór het vraagteken.

Het Oefenplaneet-abonnement

Maak van oefenen een gewoonte.

Korte rondes voor je kind. Inzicht voor jou.
Verder met taal, rekenen en begrijpend lezen, op één plek.

Bekijk het abonnement
Wanneer zet je een vraagteken? Uitleg en oefenen