Naar de uitleg

Taal, stap voor stap /Extra uitdaging voor groep 8

Wat is een naamwoordelijk gezegde?

Een naamwoordelijk gezegde zegt wat of hoe het onderwerp is, wordt of blijft. Neem alle werkwoorden en het hele naamwoordelijk deel. Let op: niet elke is is een koppelwerkwoord.

Vergelijk de zinnen, volg het voorbeeld en probeer het zelf.

Maak gratis kennis: vijf vragen met tips en uitleg, zonder account.

Drie zinnen over Ravi. Welk gezegde?

Kijk wat er naast is of wordt staat: een ander werkwoord, of iets over Ravi zelf?

Ravi is ziek.

Is + hoe: een naamwoordelijk gezegde.

Ziek zegt hoe Ravi is. Is koppelt Ravi aan die eigenschap. Samen vormen ze het naamwoordelijk gezegde: is ziek.

01 Stap voor stap

Twee werkwoorden en een hele woordgroep.

Verzamel eerst alle werkwoorden. Zoek daarna wat de zin over het onderwerp zegt.

Door de regen is het voetbalveld een grote modderpoel geworden.

  1. Zoek de persoonsvorm

    Verander de tijd: is wordt was. Is is de persoonsvorm.

  2. Verzamel alle werkwoorden

    Geworden is een vorm van worden. Het koppelt het voetbalveld aan een grote modderpoel: wat het veld geworden is. Is helpt om de voltooide tijd te maken. Het werkwoordelijk deel is is geworden.

  3. Zoek het onderwerp

    Wat is geworden? Het voetbalveld. Met de voetbalvelden wordt is: zijn. Door de regen zegt waarom: dat is een bijwoordelijke bepaling.

  4. Zoek het naamwoordelijk deel

    Wat is het voetbalveld geworden? Een grote modderpoel. Neem de hele woordgroep mee, niet alleen modderpoel.

  5. Zet het in zinsvolgorde

    Alle werkwoorden plus het naamwoordelijk deel, zoals ze in de zin staan: is + een grote modderpoel + geworden.

Het naamwoordelijk gezegde is is een grote modderpoel geworden. Werkwoordelijk deel: is geworden. Naamwoordelijk deel: een grote modderpoel.

Samen oefenen? Vergelijk samen ‘De peer is gevallen’ en ‘De peer is rijp geworden’. In beide staan twee werkwoorden. Vraag: welk woord noemt een eigenschap van de peer? Zo ziet je kind waarom ‘rijp’ bij het naamwoordelijk gezegde hoort en waarom werkwoorden tellen niet genoeg is.

02 De taalregels

De regels, met voorbeelden.

Zoek de regel die je nodig hebt. Open een onderdeel voor uitleg en voorbeelden.

Zo herken je een naamwoordelijk gezegde

  • Zoek de persoonsvorm en alle andere werkwoorden in de zin.
  • Kijk of zijn, worden of blijven het onderwerp koppelt aan een eigenschap of aan wat het onderwerp is. Dat kan ook met een vorm als geworden: De lucht is donker geworden.
  • Vraag: wat of hoe is (wordt, blijft) het onderwerp? Het hele antwoord is het naamwoordelijk deel.
  • Naamwoordelijk gezegde = alle werkwoorden + het naamwoordelijk deel, in de volgorde van de zin.
ZinNaamwoordelijk gezegde
De taart is lekker.is lekker
Mijn oom wordt kok.wordt kok
De deur blijft de hele dag open.blijft open (de hele dag hoort er niet bij)
Het water is ijskoud geworden.is ijskoud geworden

Werkwoordelijk deel en naamwoordelijk deel

Een naamwoordelijk gezegde heeft twee delen. Het werkwoordelijk deel zijn alle werkwoorden samen. Het naamwoordelijk deel zegt wat of hoe het onderwerp is.

Let op de naam: het werkwoordelijk deel is een stukje van het naamwoordelijk gezegde. Het is geen apart werkwoordelijk gezegde. In de eenvoudige zinnen op deze pagina benoemen we het gezegde als werkwoordelijk óf naamwoordelijk.

ZinWerkwoordelijk deel · naamwoordelijk deel
Het water is ijskoud geworden.is geworden · ijskoud
De klas zal stil blijven.zal blijven · stil

Neem alle woorden mee

Het naamwoordelijk deel is vaak een woordgroep. In Mijn tante is een heel goede kok is het naamwoordelijk deel een heel goede kok, niet alleen kok. Het naamwoordelijk gezegde is dan is een heel goede kok.

Staan er andere woorden tussen, zoals de hele dag in De deur blijft de hele dag open? Die horen er niet bij. Schrijf de woorden van het gezegde in de volgorde van de zin.

Is, wordt of blijft: niet altijd een koppelwerkwoord

Kijk naar de betekenis van het héle gezegde. In is gevallen helpt is het werkwoord vallen; in blijft eten gaat het om eten. Dat zijn werkwoordelijke gezegdes. Maar is ziek geworden bevat óók meerdere werkwoorden: geworden koppelt het onderwerp aan ziek. Dat is een naamwoordelijk gezegde. Een tweede werkwoord is dus geen bewijs voor een werkwoordelijk gezegde.

ZinWelk gezegde?
De lamp is kapot.Naamwoordelijk: is kapot. Kapot zegt hoe de lamp is.
De lamp is gevallen.Werkwoordelijk: is gevallen. Gevallen is een vorm van vallen.
Oma blijft eten.Werkwoordelijk: blijft eten. Oma eet mee; eten is een werkwoord.

Meer koppelwerkwoorden

In grammaticaboeken staan nog meer koppelwerkwoorden, zoals lijken en blijken. Op deze pagina en in de vijf vragen gebruiken we alleen zijn, worden en blijven.

Het naamwoordelijk deel is vaak een bijvoeglijk naamwoord, zoals lekker, of een groep met een zelfstandig naamwoord, zoals een goede kok.

03 Zelf oefenen

Van lezen naar doen.

Probeer het zelf. Open een tip als je vastloopt. Na het nakijken zie je het antwoord én de uitleg.

Vijf vaste vragen over het naamwoordelijk gezegde, als extra uitdaging voor groep 8. Zonder account; je resultaat wordt niet opgeslagen.

Een klein oefenrondje

Vind het naamwoordelijk gezegde

Vijf vaste vragen. Denk zelf na, pak een tip als je vastloopt en ontdek waarom het antwoord klopt.

Altijd dezelfde vijf vragen · geen account nodig

Voor ouders Het Oefenplaneet-abonnement

Vandaag het naamwoordelijk gezegde.
En daarna?

Deze pagina helpt je kind het naamwoordelijk gezegde te herkennen. Met een abonnement kan je kind blijven oefenen met taalverzorging, rekenen en begrijpend lezen. Jij houdt zicht op wat goed gaat en wat nog aandacht vraagt.

  • Hulp als je kind vastloopt

    Ontleden & woordsoorten voor groep 6 t/m 8. Tips helpen op weg; uitleg na het nakijken laat zien waarom een antwoord klopt.

  • Weten waar je kunt helpen

    Het ouderoverzicht laat per kind zien welke onderwerpen goed gaan en waar nog oefening nodig is. Zo kies je gericht wat jullie hierna doen.

  • Van losse woorden naar de hele zin

    Kies een oefenonderdeel, oefen een gemengde ronde of onderzoek samenhangende delen stap voor stap. Extra oefenstof voor school, buiten de Oefentoets en Proeftoets.

Van kennismaken naar blijven oefenen

Eén abonnement.
Drie vakken.

Voor jullie gezin, met een eigen profiel en voortgang voor maximaal 3 kinderen.

€ 79per jaar

of € 11,95 per maand

Bekijk het abonnement

Standaardtarieven. Bekijk de plannen en eventuele persoonlijke korting voordat je kiest.

Voorbeeld van het ouderoverzicht met de drie vakken: rekenen, taalverzorging en begrijpend lezen.
Een blik in het ouderoverzicht. Voorbeeldweergave, niet de uitslag van dit oefenrondje.

Nog iets uitzoeken?

Veelgestelde vragen.

Wat is het verschil tussen een naamwoordelijk en een werkwoordelijk gezegde?

Bij een werkwoordelijk gezegde vormen de werkwoorden de kern: De lamp is gevallen. Bij een naamwoordelijk gezegde heb je ook een naamwoordelijk deel nodig dat zegt wat of hoe het onderwerp is, wordt of blijft: De lamp is kapot. Kijk naar de functie, niet alleen naar hoeveel werkwoorden er staan.

Is elke zin met ‘is’ een naamwoordelijk gezegde?

Nee. In Ravi is vertrokken hoort is bij het werkwoord vertrekken: dat is een werkwoordelijk gezegde. In Ravi is ziek zegt ziek hoe Ravi is. Dat is wel een naamwoordelijk gezegde.

Wat zijn koppelwerkwoorden?

Werkwoorden die het onderwerp verbinden met wat of hoe het is. Op school leer je meestal eerst zijn, worden en blijven. Er zijn er meer, zoals lijken en blijken. De vijf vragen hier gebruiken alleen zijn, worden en blijven.

Wat is het werkwoordelijk deel?

Alle werkwoorden van het naamwoordelijk gezegde samen. In De klas zal stil blijven is het werkwoordelijk deel zal blijven en het naamwoordelijk deel stil. Het werkwoordelijk deel is dus geen apart werkwoordelijk gezegde.

In welke groep leer je het naamwoordelijk gezegde?

Dat verschilt per school en methode; niet elke basisschool behandelt het. De nieuwe kerndoelen Nederlands gelden vanaf augustus 2026 (scholen hebben tot 2031 om over te stappen) en vragen aandacht voor vorm én betekenis. Ze leggen niet vast in welke groep een zinsdeel aan bod komt. Bij Oefenplaneet is het naamwoordelijk gezegde een extra uitdaging voor groep 8.

Komt ontleden ook in de Oefentoets of Proeftoets?

Nee. Ontleden & woordsoorten is bij Oefenplaneet extra oefenstof voor school. Je kunt er gericht mee oefenen, maar het zit niet in onze Oefentoets of Proeftoets.

Het Oefenplaneet-abonnement

Maak van oefenen een gewoonte.

Korte rondes voor je kind. Inzicht voor jou.
Verder met taal, rekenen en begrijpend lezen, op één plek.

Bekijk het abonnement
Wat is een naamwoordelijk gezegde? Uitleg en voorbeelden