Taal, stap voor stap /Oefenen voor groep 7–8
Wat is een lijdend voorwerp?
Het lijdend voorwerp is het zinsdeel dat de handeling ondergaat. Vaak vind je het met de vraag: wie of wat + gezegde + onderwerp? Neem het hele zinsdeel. En let op: niet elke zin heeft er een.
Vergelijk de zinnen, volg het voorbeeld en probeer het zelf.
Maak gratis kennis: vijf vragen met tips en uitleg, zonder account.
Drie zinnen over Jesse. Waar is het lijdend voorwerp?
Stel steeds de vraag: wie of wat + gezegde + onderwerp?
Jesse bouwt een hoge toren.
Wat bouwt Jesse? Een hoge toren. Neem alle drie de woorden mee, niet alleen ‘toren’.
01 Stap voor stap
Eerst gezegde en onderwerp. Dan de vraag.
Je vindt het lijdend voorwerp het makkelijkst als je het gezegde en het onderwerp al kent.
Gisteren heeft mijn broer zijn oude fiets aan de buurjongen verkocht.
Zoek het gezegde
Verander de tijd: heeft wordt had. Heeft is de persoonsvorm. Verkocht hoort erbij: het werkwoordelijk gezegde is heeft verkocht.
Zoek het onderwerp
Wie heeft verkocht? Mijn broer. Met mijn broers wordt heeft: hebben. Dat klopt.
Vraag wie of wat
Wat heeft mijn broer verkocht? Zijn oude fiets. Neem het hele zinsdeel, niet alleen fiets.
Kijk wat overblijft
Aan de buurjongen zegt aan wie hij de fiets verkocht. Gisteren zegt wanneer. Dat zijn andere zinsdelen, geen lijdend voorwerp.
Het lijdend voorwerp is zijn oude fiets.
Samen oefenen? Laat je kind de vraag hardop en helemaal stellen, bijvoorbeeld: ‘Wat heeft mijn broer verkocht?’ Komt er geen zinnig antwoord, dan heeft de zin misschien geen lijdend voorwerp. Dat is ook een goed antwoord.
02 De taalregels
De regels, met voorbeelden.
Zoek de regel die je nodig hebt. Open een onderdeel voor uitleg en voorbeelden.
Zo vind je het lijdend voorwerp
- Zoek het werkwoordelijk gezegde: de persoonsvorm met de werkwoorden die erbij horen.
- Zoek het onderwerp: wie of wat + persoonsvorm?
- Vraag: wie of wat + gezegde + onderwerp? Het hele zinsdeel dat antwoord geeft, is meestal het lijdend voorwerp.
| Zin | Vraag en antwoord |
|---|---|
| Mila schildert een vogel. | Wat schildert Mila? Een vogel. |
| De juf heeft alle schriften nagekeken. | Wat heeft de juf nagekeken? Alle schriften. |
| Ik zie hem morgen. | Wie zie ik morgen? Hem. |
Neem het hele zinsdeel
Het lijdend voorwerp is vaak een groep woorden. In Jesse bouwt een hoge toren van blokken is het lijdend voorwerp een hoge toren van blokken, niet alleen toren.
Het kan ook één woord zijn: hem, haar, ons, alles of een naam. In Ik help Sara is Sara het lijdend voorwerp.
Het staat niet altijd achter het werkwoord
Een lijdend voorwerp kan ook vooraan staan. Daardoor wordt het nog geen onderwerp. In Dat liedje kent iedereen is iedereen het onderwerp en dat liedje het lijdend voorwerp.
Twijfel je? Doe de getalsproef bij het onderwerp: Dat liedje kennen alle kinderen. De persoonsvorm past zich aan het onderwerp aan, niet aan het lijdend voorwerp.
De vraag helpt, maar is niet waterdicht
Soms geeft de vraag wie of wat een antwoord dat géén lijdend voorwerp is. Kijk dan wat dat antwoord eigenlijk zegt.
| Zin | Waarom geen lijdend voorwerp? |
|---|---|
| Mijn rugzak weegt drie kilo. | Drie kilo zegt hoe zwaar de rugzak is. Je vraagt eigenlijk: hoe zwaar? |
| Jesse is een goede bouwer. | Een goede bouwer zegt wat Jesse is. Bij is hoort hier een ander soort gezegde. |
Zinnen zonder lijdend voorwerp
Veel zinnen hebben geen lijdend voorwerp. In Jesse slaapt in de tent kun je niet vragen: wat slaapt Jesse? In de tent zegt alleen waar. Ook Het regent en De bel gaat hebben er geen. Hoe dit past tussen de andere zinsdelen, lees je bij zinsontleding.
03 Zelf oefenen
Van lezen naar doen.
Probeer het zelf. Open een tip als je vastloopt. Na het nakijken zie je het antwoord én de uitleg.
Vijf vaste vragen over het lijdend voorwerp, voor groep 7–8. Zonder account; je resultaat wordt niet opgeslagen.
Een klein oefenrondje
Vind het lijdend voorwerp
Vijf vaste vragen. Denk zelf na, pak een tip als je vastloopt en ontdek waarom het antwoord klopt.
Altijd dezelfde vijf vragen · geen account nodig
Voor ouders Het Oefenplaneet-abonnement
Vandaag het lijdend voorwerp.
En daarna?
Deze pagina helpt je kind het lijdend voorwerp te herkennen. Met een abonnement kan je kind blijven oefenen met taalverzorging, rekenen en begrijpend lezen. Jij houdt zicht op wat goed gaat en wat nog aandacht vraagt.
Hulp als je kind vastloopt
Ontleden & woordsoorten voor groep 6 t/m 8. Tips helpen op weg; uitleg na het nakijken laat zien waarom een antwoord klopt.
Weten waar je kunt helpen
Het ouderoverzicht laat per kind zien welke onderwerpen goed gaan en waar nog oefening nodig is. Zo kies je gericht wat jullie hierna doen.
Van losse woorden naar de hele zin
Kies een oefenonderdeel, oefen een gemengde ronde of onderzoek samenhangende delen stap voor stap. Extra oefenstof voor school, buiten de Oefentoets en Proeftoets.
Van kennismaken naar blijven oefenen
Eén abonnement.
Drie vakken.
Voor jullie gezin, met een eigen profiel en voortgang voor maximaal 3 kinderen.
€ 79per jaar
of € 11,95 per maand
Bekijk het abonnementStandaardtarieven. Bekijk de plannen en eventuele persoonlijke korting voordat je kiest.

Nog iets uitzoeken?
Veelgestelde vragen.
Heeft elke zin een lijdend voorwerp?
Nee. In De baby slaapt en Het regent is er geen. Komt er op de vraag wie of wat + gezegde + onderwerp geen zinnig antwoord, dan heeft de zin waarschijnlijk geen lijdend voorwerp.
Werkt de vraag wie of wat altijd?
Meestal helpt hij, maar niet altijd. Bij Dit boek kost tien euro geeft Wat kost dit boek? als antwoord tien euro. Dat zegt hoeveel iets kost; het is geen lijdend voorwerp. Ook Jesse is een goede bouwer heeft geen lijdend voorwerp.
Wat is het verschil tussen het onderwerp en het lijdend voorwerp?
Het onderwerp past bij de persoonsvorm, het lijdend voorwerp niet. In Mijn zusje knuffelt de poezen is mijn zusje het onderwerp: met mijn zusjes wordt knuffelt: knuffelen. De poezen is het lijdend voorwerp: de persoonsvorm blijft enkelvoud, ook al is de poezen meervoud.
Kan een lijdend voorwerp uit één woord bestaan?
Ja. In Ik zie hem is hem het lijdend voorwerp. Vaak is het een groep woorden, zoals de laatste bladzijde van het boek. Neem dan die hele groep.
In welke groep leer je het lijdend voorwerp?
SLO noemt het lijdend voorwerp bij groep 7–8. De precieze volgorde verschilt per schoolmethode. Bij Oefenplaneet oefen je het lijdend voorwerp in groep 7 en 8; ontleden als geheel is er voor groep 6–8.
Komt ontleden ook in de Oefentoets of Proeftoets?
Nee. Ontleden & woordsoorten is bij Oefenplaneet extra oefenstof voor school. Je kunt er gericht mee oefenen, maar het zit niet in onze Oefentoets of Proeftoets.
Het Oefenplaneet-abonnement
Maak van oefenen een gewoonte.
Korte rondes voor je kind. Inzicht voor jou.
Verder met taal, rekenen en begrijpend lezen, op één plek.