Taal, stap voor stap /Oefenen voor groep 6–8
Wat is een werkwoord?
Een werkwoord vertelt wat iemand doet, wat er gebeurt of hoe iets is. Dus niet alleen springen, maar ook slapen, smelten en zijn. Een zin kan meer werkwoorden hebben: ook een hulpwerkwoord zoals heeft telt mee.
Vergelijk de zinnen, volg het voorbeeld en probeer het zelf.
Maak gratis kennis: vijf vragen met tips en uitleg, zonder account.
Doen, zijn en gebeuren.
Niet elk werkwoord zie je bewegen.
Sem gooit de bal over het net.
Sem doet iets. Zet de zin in de verleden tijd: gooit wordt gooide.
01 Stap voor stap
Eén zin, twee werkwoorden.
Zoek alle werkwoorden in deze zin, niet alleen het eerste dat je tegenkomt.
Mijn zus wil haar oude step verkopen.
Verander de tijd
Mijn zus wilde haar oude step verkopen. Wil wordt wilde. Dat is een werkwoord, en hier ook de persoonsvorm.
Kijk verder dan de persoonsvorm
Achteraan staat verkopen. Het verandert niet mee, maar zegt wel wat ze van plan is. Het is het hele werkwoord, en dus ook een werkwoord.
Controleer de andere woorden
Zus en step noemen iemand en iets: zelfstandige naamwoorden. Oude beschrijft de step: een bijvoeglijk naamwoord. Mijn en haar zeggen van wie iets is. Die woorden zijn hier geen werkwoorden.
De werkwoorden zijn wil en verkopen.
Samen oefenen? Speel samen “doen, gebeuren of zijn?”. Zeg om de beurt een korte zin, zoals “Oma zit in de tuin” of “Het brood wordt oud”. Laat je kind het werkwoord aanwijzen en zeggen welke soort het is. Zo verdwijnt het idee dat een werkwoord altijd een beweging is.
02 De taalregels
De regels, met voorbeelden.
Zoek de regel die je nodig hebt. Open een onderdeel voor uitleg en voorbeelden.
Doen, gebeuren of zijn
Een werkwoord hoeft geen beweging te zijn. Het kan ook zeggen wat er gebeurt of hoe iets is.
| Wat het werkwoord zegt | Voorbeeld |
|---|---|
| Iemand doet iets | Ayla schrijft een kaart. |
| Er gebeurt iets | De sneeuw smelt. |
| Hoe iets is (een toestand) | Mijn broer is ziek. |
Eén werkwoord, verschillende vormen
Een werkwoord kan veel vormen hebben: lopen, loopt, liep, gelopen. De vorm die bij het onderwerp past en de tijd laat zien, heet de persoonsvorm. Het hele werkwoord (lopen) en het voltooid deelwoord (gelopen) zijn ook werkwoorden.
Hulpwerkwoorden tellen mee
In We hebben lang gewacht zijn hebben en gewacht allebei werkwoorden. Hebben helpt hier om de voltooide tijd te maken: het is een hulpwerkwoord.
Ook zullen, kunnen, moeten en mogen zijn vaak hulpwerkwoorden: Je mag het proberen. Werkwoorden kunnen dus ver uit elkaar staan. Zoek de hele zin af.
De zin beslist
In We eten om zes uur is eten een werkwoord: in de verleden tijd wordt het aten. In Het eten is klaar noemt eten iets. Dan is het een zelfstandig naamwoord.
Werkwoord, persoonsvorm of gezegde?
Die namen sluiten elkaar niet uit. Werkwoord is een woordsoort. De persoonsvorm is één bepaalde vorm van een werkwoord. Het werkwoordelijk gezegde is een zinsdeel. In Kim heeft gelezen is heeft een werkwoord, een hulpwerkwoord én de persoonsvorm. Samen vormen heeft gelezen het werkwoordelijk gezegde.
03 Zelf oefenen
Van lezen naar doen.
Probeer het zelf. Open een tip als je vastloopt. Na het nakijken zie je het antwoord én de uitleg.
Vijf vaste vragen over werkwoorden, met een tip en uitleg. Voor groep 6–8, zonder account. Je resultaat wordt niet opgeslagen.
Een klein oefenrondje
Herken het werkwoord
Vijf vaste vragen. Denk zelf na, pak een tip als je vastloopt en ontdek waarom het antwoord klopt.
Altijd dezelfde vijf vragen · geen account nodig
Voor ouders Het Oefenplaneet-abonnement
Vandaag werkwoorden.
En daarna?
Deze pagina helpt je kind werkwoorden te herkennen. Met een abonnement kan je kind blijven oefenen met taalverzorging, rekenen en begrijpend lezen. Jij houdt zicht op wat goed gaat en wat nog aandacht vraagt.
Hulp als je kind vastloopt
Ontleden & woordsoorten voor groep 6 t/m 8. Tips helpen op weg; uitleg na het nakijken laat zien waarom een antwoord klopt.
Weten waar je kunt helpen
Het ouderoverzicht laat per kind zien welke onderwerpen goed gaan en waar nog oefening nodig is. Zo kies je gericht wat jullie hierna doen.
Van losse woorden naar de hele zin
Kies een oefenonderdeel, oefen een gemengde ronde of onderzoek samenhangende delen stap voor stap. Extra oefenstof voor school, buiten de Oefentoets en Proeftoets.
Van kennismaken naar blijven oefenen
Eén abonnement.
Drie vakken.
Voor jullie gezin, met een eigen profiel en voortgang voor maximaal 3 kinderen.
€ 79per jaar
of € 11,95 per maand
Bekijk het abonnementStandaardtarieven. Bekijk de plannen en eventuele persoonlijke korting voordat je kiest.

Nog iets uitzoeken?
Veelgestelde vragen.
Is een werkwoord altijd een doe-woord?
Nee. Slapen, liggen, regenen en zijn zijn ook werkwoorden, al zie je niemand iets doen. Een werkwoord kan een handeling, een gebeurtenis of een toestand noemen. “Doe-woord” vertelt dus maar een deel van het verhaal.
Is een hulpwerkwoord ook een werkwoord?
Ja. In Jesse zal morgen komen zijn zal en komen allebei werkwoorden. Zal helpt komen en is hier ook de persoonsvorm.
Is elk werkwoord een persoonsvorm?
Nee. In Ik heb mijn tas laten liggen staan drie werkwoorden: heb, laten en liggen. Alleen heb is de persoonsvorm: in de verleden tijd wordt het had.
Leer je hier ook werkwoorden spellen?
Nee, deze pagina gaat over herkennen: welk woord is een werkwoord? Hoe je werkwoorden schrijft, bijvoorbeeld met d, t of dt, oefen je bij werkwoordspelling.
In welke groep leer je wat een werkwoord is?
SLO noemt het werkwoord al bij groep 3–4. Daarna leren kinderen er steeds meer over, zoals de persoonsvorm. De precieze volgorde verschilt per schoolmethode. Bij Oefenplaneet is werkwoorden herkennen extra oefenstof voor groep 6–8, buiten de Oefentoets en Proeftoets.
Het Oefenplaneet-abonnement
Maak van oefenen een gewoonte.
Korte rondes voor je kind. Inzicht voor jou.
Verder met taal, rekenen en begrijpend lezen, op één plek.