Gratis woordenlijst · groep 6 · 140 woorden

Dicteewoorden groep 6 — oefenlijst per spellingcategorie

In groep 6 worden de dicteewoorden langer en de regels talrijker: meervouden, achtervoegsels als -ig en -lijk, en de eerste leenwoorden. Deze lijst komt uit onze geverifieerde woordenbank op groep 6-niveau en is geordend per spellingcategorie, met bij elk woord een voorbeeldzin en een afspeelknop met echte uitspraak. Anders dan een papieren lijst kan je kind elk woord dus beluisteren — en meteen online oefenen.

Via de printfunctie van je browser (Ctrl+P of Cmd+P) rolt er een nette woordenlijst uit. Wissel af: de ene keer oefent je kind online met audio, de andere keer lees jij de zin voor en schrijft je kind het woord op papier.

natuurlijk

natuurlijk mag je een stukje van mijn appel.

informatie

Op het bord staat alle informatie over de schoolreis.

duidelijk

De juf legt de som heel duidelijk uit.

geschiedenis

In de les geschiedenis leren we over de ridders.

gelukkig

Tijdens de schoolreis blijft het gelukkig droog.

actief

In de pauze is Daan altijd actief op het schoolplein.

kennis

Door veel te lezen krijg je steeds meer kennis.

rustig

In de bibliotheek moet je rustig zijn.

makkelijk

Vond jij de toets ook zo makkelijk?

dagelijks

De leerlingen van meester Siem oefenen dagelijks met de tafels.

verantwoordelijk

Als groepsleider ben jij verantwoordelijk voor het opruimen na de les.

vrijheid

Op 5 mei vieren we de vrijheid in Nederland.

gevangenis

De boef werd opgesloten in de gevangenis van de stad.

ziekte

Door een vervelende ziekte ligt opa in bed.

foto's

Op de foto's van het schoolreisje lacht iedereen.

auto's

De kinderen spelen met de auto's.

baby's

In het ziekenhuis liggen vandaag drie nieuwe baby's.

oma's

Tijdens het feest dansen alle oma's gezellig mee.

agenda's

De juf deelt nieuwe agenda's uit voor het nieuwe schooljaar.

opa's

Op zondag spelen onze opa's samen een spelletje kaart.

hobby's

Tekenen en voetballen zijn mijn favoriete hobby's.

menu's

Kinderen kunnen kiezen uit twee menu's: kip of biefstuk.

pony's

Op de manege mochten de kinderen op de kleine pony's rijden.

accu's

De accu's van de speelgoedauto's zijn allemaal leeg.

ski's

Voor de wintersport huren we nieuwe ski's.

panda's

In de dierentuin staan de mensen in de rij om de panda's te zien.

zebra's

In de dierentuin zijn twee zebra's geboren.

lama's

In de kinderboerderij mag je de lama's aaien.

vrouwen

De vrouwen staan te kletsen bij het schoolplein.

vertrouwen

Anne durft van de hoge duikplank, want ze heeft veel vertrouwen.

blauwe

Suus draagt een mooie blauwe jurk naar het feest.

auteur

De auteur van dit spannende boek komt op school voorlezen.

pauze

Tijdens de pauze spelen de kinderen buiten op het plein.

zelfvertrouwen

Het mooie fotomodel heeft veel zelfvertrouwen.

schouder

De juf legt haar hand op de schouder van Mila.

applaus

Na de voorstelling kregen de dansers een groot applaus.

vrouwelijk

Een merrie is een vrouwelijk paard.

stoute

Het stoute jongetje plaagde de hele dag de kat.

wantrouwen

De hond keek de vreemde man met wantrouwen aan.

pauw

In de dierentuin spreidde de pauw zijn prachtige staart open.

rauwe

De kok sneed een paar plakjes rauwe vis voor de sushi.

flauwe

Tom vertelt een flauwe grap waar niemand om lacht.

mannen

De sterke mannen tillen de zware kast op.

lekker

Wat ruikt die appeltaart lekker!

maandag

Op maandag moet ik weer naar school.

afspraak

Ik heb om vier uur een afspraak bij de tandarts.

paard

Anne aait het bruine paard in de wei.

spullen

Tom ruimt zijn spullen op in zijn kamer.

interessante

Doe jij graag mee met die interessante spelletjes?

feestje

Mila geeft een feestje voor haar verjaardag.

Spaans

Op vakantie heb ik een beetje Spaans geleerd.

kanaal

De boot vaart langzaam door het lange kanaal.

breed

De bokser is breed gebouwd.

volwassenen

De volwassenen houden de kinderen bij de hand vast.

spannend

Eefje vertelt een spannend griezelverhaal.

vriendinnen

Mila en Kim zijn beste vriendinnen.

belangrijk

Goed luisteren in de klas is heel belangrijk.

klein

Het poesje is nog heel klein.

vrijdag

Op vrijdag hebben we gym op school.

bijzonder

Mijn opa heeft een bijzonder oude postzegel in zijn verzameling.

schrijver

De schrijver van dit boek is heel beroemd.

bewijs

De rechercheur zoekt naar een belangrijk bewijs in de zaak.

leiding

Tijdens het uitje heeft de juf de leiding over onze groep.

feiten

In mijn spreekbeurt staan allemaal interessante feiten over haaien.

geheim

Sara fluistert een geheim in mijn oor.

zijde

Deze sjaal voelt zacht aan, hij is van echte zijde.

keizer

In het oude verhaal woont een rijke keizer in een paleis.

vrijwilliger

Mijn opa helpt als vrijwilliger in het verzorgingshuis.

twijfels

Amir heeft zijn twijfels bij het plan.

lijstje

Mama schrijft een lijstje van wat we moeten kopen.

familie

Ga jij dit weekend met je familie op pad?

actie

De actie van de supermarkt is een groot succes.

centrum

Het centrum van Amsterdam is nog niet autovrij.

tekst

Onder de foto staat een korte tekst.

energie

Na een goede nacht slaap heeft Mila weer veel energie.

publiek

Het publiek klapte hard na de voorstelling.

museum

Kim en Suus gaan naar het museum in Amsterdam.

directeur

De directeur van de school heet meneer De Vries.

officieel

De wedstrijd gaat nu officieel beginnen.

station

We wachten op het station tot de trein komt.

interview

De schoolkrant houdt een interview met de nieuwe juf.

discussie

In de klas hadden we een lange discussie over het schoolreisje.

campagne

Op school is er een campagne tegen pesten begonnen.

restaurant

Op maandag is het restaurant altijd gesloten.

kinderen

De kinderen vinden die auto niet mooi.

prijzen

Op de kermis kun je leuke prijzen winnen.

gebouwen

Ze slapen in leegstaande gebouwen.

wedstrijden

Doe jij graag mee met de wedstrijden?

bloemen

De bloemen bloeien in de lente.

grenzen

De rivier vormt de grenzen tussen de twee landen.

treinen

Op het station staan twee treinen klaar om te vertrekken.

goederen

De trein vervoerde zware goederen naar de haven.

graven

Op de oude begraafplaats stonden tientallen graven met mooie stenen.

ziekenhuizen

In grote steden staan vaak meerdere ziekenhuizen voor zieke mensen.

musea

In Amsterdam kun je veel verschillende musea bezoeken.

goden

In de Griekse mythologie woonden de goden op de berg Olympus.

noten

De eekhoorn verstopt noten voor de winter.

toeschouwers

De toeschouwers gaan tevreden naar huis.

minuten

Over vijf minuten gaat de schoolbel.

pagina

Op pagina 3 begint het boek.

regels

In onze klas hangen de regels aan de muur.

verhalen

Voor het slapengaan leest papa altijd spannende verhalen.

vakantie

In de zomer gaan wij met de hele familie op vakantie.

scholen

In ons dorp zijn er drie verschillende scholen.

gouden

Wie wint er deze keer een gouden medaille?

tonen

De piano laat mooie hoge tonen horen.

rivieren

Veel grote rivieren stromen naar de zee.

wagens

Achter de tractor hangen twee volle wagens.

hamer

Met een hamer sla je een spijker in het hout.

robots

In de fabriek bouwen robots de auto's in elkaar.

havens

Grote schepen komen aan in de drukke havens.

kabels

Achter de televisie liggen veel kabels door elkaar.

ziekenhuis

Oma ligt deze week in het ziekenhuis.

hoofdstad

Brussel is de hoofdstad van België.

verjaardag

Afgelopen weekend heb ik mijn verjaardag gevierd.

zwembad

Op een warme dag gaan we naar het zwembad.

vanmorgen

Ik bel vanmorgen al vroeg naar de kapper.

voorjaar

In het voorjaar komen de eerste bloemen op.

winkelcentrum

Op zaterdag is het altijd druk in het winkelcentrum.

hulpmiddelen

Er zijn veel hulpmiddelen voor oudere mensen.

bloeddruk

Bij de dokter meet de zuster de bloeddruk van opa.

gloednieuwe

Sofie heeft een gloednieuwe fiets gekregen.

schildpad

De schildpad eet een blaadje sla op.

zomervakantie

Ik heb een fijne zomervakantie gehad.

speeltuin

Anne speelt graag in de speeltuin.

voetbalclub

Tom traint twee keer per week bij zijn voetbalclub.

boekje

De juf leest een grappig boekje voor in de klas.

cadeautjes

Op het feestje lagen alle cadeautjes op een grote stapel.

zonnetje

Vandaag schijnt het zonnetje lekker warm.

hondje

Niemand redt het kleine hondje uit de sloot.

verhaaltje

Voor het slapen vertelt papa nog een kort verhaaltje.

eitje

Bij het ontbijt eet Sam een gekookt eitje.

nachtje

Mijn ouders gingen een nachtje naar een 5 sterren hotel.

balletje

De hond rent achter het balletje aan.

spulletjes

Tom en Jip verkopen spulletjes op de rommelmarkt.

geintje

Mila heeft een geintje met Tom uitgehaald.

tafeltje

In de poppenhoek staat een klein tafeltje.

bloemetje

Suus plukt een geel bloemetje in de wei.

autootje

Het kleine autootje van Tom rijdt op batterijen.

boompje

In de pot groeit een klein boompje.

Van lijst naar dictee

Probeer drie woorden meteen als luisterdictee (groep 6)

Gratis · geen account nodig · vragen worden vers gegenereerd

Veelgestelde vragen

Zijn dit de woorden van de toets?

Nee. Alle woorden zijn origineel — geschreven in de stijl van de dictees die kinderen op school en bij LVS-toetsen krijgen, niet afkomstig uit toetsen van Cito, IEP of ROUTE 8. De categorieën komen wél overeen met wat er in groep 6 geoefend wordt.

Hoe gebruik ik deze lijst voor een dictee thuis?

Lees de zin voor, herhaal het woord en laat je kind het opschrijven. Kijk samen na en let vooral op welke categorie steeds misgaat — dat is de regel om te herhalen. Kort en vaak werkt beter dan één lange sessie: tien woorden per dag is genoeg.

Wat is er nieuw in de dicteewoorden van groep 6?

De woorden worden langer en er komen nieuwe categorieën bij: meervouden waarbij de spelling verandert (neus–neuzen), achtervoegsels als -ig en -lijk, en de eerste leenwoorden zoals restaurant. Vanaf eind groep 6 komt ook de apostrof erbij, zoals in foto’s.

Staan er ook werkwoorden in deze lijst?

Nee, dit zijn de klassieke dicteewoorden: de niet-werkwoorden. Werkwoordspelling begint pas eind groep 6, en dan alleen de tegenwoordige tijd en de zwakke verleden tijd (werkte, fietste). Die oefent je kind op Oefenplaneet apart, bij het onderdeel werkwoorden.

Verder oefenen

Luisterdictee

Hoe het online dictee werkt — met echte stem en uitleg per woord.

Spelling groep 6

De complete taalverzorging-pagina voor deze groep.

Dicteewoorden groep 5

De oefenlijst op groep 5-niveau.

Dicteewoorden groep 7

De oefenlijst op groep 7-niveau.

Liever meteen oefenen?

In het luisterdictee hoort je kind deze woorden met een echte stem — en kijkt Oefenplaneet direct na.

Gratis luisterdictee starten →
Oefenplaneet

Oefenplaneet is een onafhankelijk oefenplatform en is niet verbonden aan, goedgekeurd door of gelieerd aan Stichting Cito, IEP (Bureau ICE), ROUTE 8 of enige andere toetsaanbieder. Alle genoemde merknamen zijn eigendom van hun respectieve houders. De oefenvragen op dit platform zijn origineel en niet afkomstig uit officiële toetsen.