In groep 6 worden de dicteewoorden langer en de regels talrijker: meervouden, achtervoegsels als -ig en -lijk, en de eerste leenwoorden. Deze lijst komt uit onze geverifieerde woordenbank op groep 6-niveau en is geordend per spellingcategorie, met bij elk woord een voorbeeldzin en een afspeelknop met echte uitspraak. Anders dan een papieren lijst kan je kind elk woord dus beluisteren — en meteen online oefenen.
Via de printfunctie van je browser (Ctrl+P of Cmd+P) rolt er een nette woordenlijst uit. Wissel af: de ene keer oefent je kind online met audio, de andere keer lees jij de zin voor en schrijft je kind het woord op papier.
natuurlijk mag je een stukje van mijn appel.
Op het bord staat alle informatie over de schoolreis.
De juf legt de som heel duidelijk uit.
In de les geschiedenis leren we over de ridders.
Tijdens de schoolreis blijft het gelukkig droog.
In de pauze is Daan altijd actief op het schoolplein.
Door veel te lezen krijg je steeds meer kennis.
In de bibliotheek moet je rustig zijn.
Vond jij de toets ook zo makkelijk?
De leerlingen van meester Siem oefenen dagelijks met de tafels.
Als groepsleider ben jij verantwoordelijk voor het opruimen na de les.
Op 5 mei vieren we de vrijheid in Nederland.
De boef werd opgesloten in de gevangenis van de stad.
Door een vervelende ziekte ligt opa in bed.
Op de foto's van het schoolreisje lacht iedereen.
De kinderen spelen met de auto's.
In het ziekenhuis liggen vandaag drie nieuwe baby's.
Tijdens het feest dansen alle oma's gezellig mee.
De juf deelt nieuwe agenda's uit voor het nieuwe schooljaar.
Op zondag spelen onze opa's samen een spelletje kaart.
Tekenen en voetballen zijn mijn favoriete hobby's.
Kinderen kunnen kiezen uit twee menu's: kip of biefstuk.
Op de manege mochten de kinderen op de kleine pony's rijden.
De accu's van de speelgoedauto's zijn allemaal leeg.
Voor de wintersport huren we nieuwe ski's.
In de dierentuin staan de mensen in de rij om de panda's te zien.
In de dierentuin zijn twee zebra's geboren.
In de kinderboerderij mag je de lama's aaien.
De vrouwen staan te kletsen bij het schoolplein.
Anne durft van de hoge duikplank, want ze heeft veel vertrouwen.
Suus draagt een mooie blauwe jurk naar het feest.
De auteur van dit spannende boek komt op school voorlezen.
Tijdens de pauze spelen de kinderen buiten op het plein.
Het mooie fotomodel heeft veel zelfvertrouwen.
De juf legt haar hand op de schouder van Mila.
Na de voorstelling kregen de dansers een groot applaus.
Een merrie is een vrouwelijk paard.
Het stoute jongetje plaagde de hele dag de kat.
De hond keek de vreemde man met wantrouwen aan.
In de dierentuin spreidde de pauw zijn prachtige staart open.
De kok sneed een paar plakjes rauwe vis voor de sushi.
Tom vertelt een flauwe grap waar niemand om lacht.
De sterke mannen tillen de zware kast op.
Wat ruikt die appeltaart lekker!
Op maandag moet ik weer naar school.
Ik heb om vier uur een afspraak bij de tandarts.
Anne aait het bruine paard in de wei.
Tom ruimt zijn spullen op in zijn kamer.
Doe jij graag mee met die interessante spelletjes?
Mila geeft een feestje voor haar verjaardag.
Op vakantie heb ik een beetje Spaans geleerd.
De boot vaart langzaam door het lange kanaal.
De bokser is breed gebouwd.
De volwassenen houden de kinderen bij de hand vast.
Eefje vertelt een spannend griezelverhaal.
Mila en Kim zijn beste vriendinnen.
Goed luisteren in de klas is heel belangrijk.
Het poesje is nog heel klein.
Op vrijdag hebben we gym op school.
Mijn opa heeft een bijzonder oude postzegel in zijn verzameling.
De schrijver van dit boek is heel beroemd.
De rechercheur zoekt naar een belangrijk bewijs in de zaak.
Tijdens het uitje heeft de juf de leiding over onze groep.
In mijn spreekbeurt staan allemaal interessante feiten over haaien.
Sara fluistert een geheim in mijn oor.
Deze sjaal voelt zacht aan, hij is van echte zijde.
In het oude verhaal woont een rijke keizer in een paleis.
Mijn opa helpt als vrijwilliger in het verzorgingshuis.
Amir heeft zijn twijfels bij het plan.
Mama schrijft een lijstje van wat we moeten kopen.
Ga jij dit weekend met je familie op pad?
De actie van de supermarkt is een groot succes.
Het centrum van Amsterdam is nog niet autovrij.
Onder de foto staat een korte tekst.
Na een goede nacht slaap heeft Mila weer veel energie.
Het publiek klapte hard na de voorstelling.
Kim en Suus gaan naar het museum in Amsterdam.
De directeur van de school heet meneer De Vries.
De wedstrijd gaat nu officieel beginnen.
We wachten op het station tot de trein komt.
De schoolkrant houdt een interview met de nieuwe juf.
In de klas hadden we een lange discussie over het schoolreisje.
Op school is er een campagne tegen pesten begonnen.
Op maandag is het restaurant altijd gesloten.
De kinderen vinden die auto niet mooi.
Op de kermis kun je leuke prijzen winnen.
Ze slapen in leegstaande gebouwen.
Doe jij graag mee met de wedstrijden?
De bloemen bloeien in de lente.
De rivier vormt de grenzen tussen de twee landen.
Op het station staan twee treinen klaar om te vertrekken.
De trein vervoerde zware goederen naar de haven.
Op de oude begraafplaats stonden tientallen graven met mooie stenen.
In grote steden staan vaak meerdere ziekenhuizen voor zieke mensen.
In Amsterdam kun je veel verschillende musea bezoeken.
In de Griekse mythologie woonden de goden op de berg Olympus.
De eekhoorn verstopt noten voor de winter.
De toeschouwers gaan tevreden naar huis.
Over vijf minuten gaat de schoolbel.
Op pagina 3 begint het boek.
In onze klas hangen de regels aan de muur.
Voor het slapengaan leest papa altijd spannende verhalen.
In de zomer gaan wij met de hele familie op vakantie.
In ons dorp zijn er drie verschillende scholen.
Wie wint er deze keer een gouden medaille?
De piano laat mooie hoge tonen horen.
Veel grote rivieren stromen naar de zee.
Achter de tractor hangen twee volle wagens.
Met een hamer sla je een spijker in het hout.
In de fabriek bouwen robots de auto's in elkaar.
Grote schepen komen aan in de drukke havens.
Achter de televisie liggen veel kabels door elkaar.
Oma ligt deze week in het ziekenhuis.
Brussel is de hoofdstad van België.
Afgelopen weekend heb ik mijn verjaardag gevierd.
Op een warme dag gaan we naar het zwembad.
Ik bel vanmorgen al vroeg naar de kapper.
In het voorjaar komen de eerste bloemen op.
Op zaterdag is het altijd druk in het winkelcentrum.
Er zijn veel hulpmiddelen voor oudere mensen.
Bij de dokter meet de zuster de bloeddruk van opa.
Sofie heeft een gloednieuwe fiets gekregen.
De schildpad eet een blaadje sla op.
Ik heb een fijne zomervakantie gehad.
Anne speelt graag in de speeltuin.
Tom traint twee keer per week bij zijn voetbalclub.
De juf leest een grappig boekje voor in de klas.
Op het feestje lagen alle cadeautjes op een grote stapel.
Vandaag schijnt het zonnetje lekker warm.
Niemand redt het kleine hondje uit de sloot.
Voor het slapen vertelt papa nog een kort verhaaltje.
Bij het ontbijt eet Sam een gekookt eitje.
Mijn ouders gingen een nachtje naar een 5 sterren hotel.
De hond rent achter het balletje aan.
Tom en Jip verkopen spulletjes op de rommelmarkt.
Mila heeft een geintje met Tom uitgehaald.
In de poppenhoek staat een klein tafeltje.
Suus plukt een geel bloemetje in de wei.
Het kleine autootje van Tom rijdt op batterijen.
In de pot groeit een klein boompje.
Gratis · geen account nodig · vragen worden vers gegenereerd
Nee. Alle woorden zijn origineel — geschreven in de stijl van de dictees die kinderen op school en bij LVS-toetsen krijgen, niet afkomstig uit toetsen van Cito, IEP of ROUTE 8. De categorieën komen wél overeen met wat er in groep 6 geoefend wordt.
Lees de zin voor, herhaal het woord en laat je kind het opschrijven. Kijk samen na en let vooral op welke categorie steeds misgaat — dat is de regel om te herhalen. Kort en vaak werkt beter dan één lange sessie: tien woorden per dag is genoeg.
De woorden worden langer en er komen nieuwe categorieën bij: meervouden waarbij de spelling verandert (neus–neuzen), achtervoegsels als -ig en -lijk, en de eerste leenwoorden zoals restaurant. Vanaf eind groep 6 komt ook de apostrof erbij, zoals in foto’s.
Nee, dit zijn de klassieke dicteewoorden: de niet-werkwoorden. Werkwoordspelling begint pas eind groep 6, en dan alleen de tegenwoordige tijd en de zwakke verleden tijd (werkte, fietste). Die oefent je kind op Oefenplaneet apart, bij het onderdeel werkwoorden.