Gratis woordenlijst · groep 5 · 124 woorden

Dicteewoorden groep 5 — oefenlijst per spellingcategorie

Deze woordenlijst bevat dicteewoorden op het niveau van groep 5, geordend per spellingcategorie — van ei/ij en au/ou tot open lettergrepen en samenstellingen. Elk woord komt uit onze geverifieerde woordenbank en heeft een voorbeeldzin én een afspeelknop met echte uitspraak. Anders dan een papieren lijst van school kun je elk woord dus beluisteren en meteen online oefenen.

Print de lijst via je browser (Ctrl+P of Cmd+P) en je hebt een kant-en-klaar dictee voor aan de keukentafel. Wissel af: jij leest de zin voor, je kind schrijft het woord op.

moeilijk

Deze som vind ik best moeilijk.

gelukkig

Tijdens de schoolreis blijft het gelukkig droog.

geweldig

De voorstelling op school was geweldig.

prachtig

Wat heb jij een prachtig tekening gemaakt!

koning

In het sprookje woont de koning in een groot kasteel.

eerlijk

Suus is altijd eerlijk tegen haar juf.

dagelijks

De leerlingen van meester Siem oefenen dagelijks met de tafels.

beweging

Bij de gymles maken we elke beweging na.

winnaar

Na de wedstrijd kreeg de winnaar een mooie beker.

lastig

Mila vindt het lastig om stil te zitten.

kleding

Lien brengt een zak kleding naar het goede doel.

gezellig

Met oma op de bank is het lekker gezellig.

opening

De opening van de nieuwe speeltuin is morgen.

snelheid

De auto remt en mindert snelheid.

vrouw

De vrouw van de bakker staat in de winkel.

auto

Papa wast de auto op het erf.

vertrouwen

Anne durft van de hoge duikplank, want ze heeft veel vertrouwen.

goud

De schat blonk van het goud.

blauwe

Suus draagt een mooie blauwe jurk naar het feest.

koud

Buiten is het ijzig koud vandaag.

paus

De paus woont in een groot gebouw in Rome.

houten

Op zolder staat een oude houten kist.

douche

Na het voetballen stapt Sam onder de douche.

zelfvertrouwen

Het mooie fotomodel heeft veel zelfvertrouwen.

schouder

De juf legt haar hand op de schouder van Mila.

applaus

Na de voorstelling kregen de dansers een groot applaus.

flauw

Jip vindt de grap maar flauw.

saus

Mila doet veel saus over haar patat.

mannen

De sterke mannen tillen de zware kast op.

lekker

Wat ruikt die appeltaart lekker!

voetbal

Na school spelen de kinderen een potje voetbal.

maandag

Op maandag moet ik weer naar school.

stappen

Met grote stappen loopt papa naar de bushalte.

muur

De bal stuitert tegen de muur van de gymzaal.

boom

In de tuin staat een hoge boom.

boot

Opa vaart met zijn boot over het meer.

paard

Anne aait het bruine paard in de wei.

oorzaak

De oorzaak van deze ramp is niet bekend.

spullen

Tom ruimt zijn spullen op in zijn kamer.

feestje

Mila geeft een feestje voor haar verjaardag.

vissen

In de vijver zwemmen rode vissen.

stoel

Sam gaat op zijn stoel aan tafel zitten.

klein

Het poesje is nog heel klein.

eindelijk

Over twee nachtjes is Mila eindelijk jarig.

vrijdag

Op vrijdag hebben we gym op school.

trein

We gaan met de trein naar opa en oma.

meid

Wat ben jij een dappere meid, zei de juf.

ei

Voor het ontbijt bakt papa een ei in de pan.

keizer

In het oude verhaal woont een rijke keizer in een paleis.

rijst

Bij het eten kreeg ik kip met rijst.

twijfels

Amir heeft zijn twijfels bij het plan.

konijn

Het zachte konijn knabbelt aan een wortel.

lijstje

Mama schrijft een lijstje van wat we moeten kopen.

inleiding

De inleiding is het begin van een verhaal.

pijl

Met zijn boog schiet hij de pijl recht vooruit.

vijver

In de vijver zwemmen oranje visjes.

muziek

Anne danst graag op vrolijke muziek.

tekst

Onder de foto staat een korte tekst.

energie

Na een goede nacht slaap heeft Mila weer veel energie.

computer

Mila zoekt een filmpje op de computer.

techniek

Meester Yunus geeft groep 8 les in techniek.

kilo

Mama koopt een kilo appels op de markt.

plastic

De beker is van plastic en kan niet breken.

cadeau

Suus pakt haar cadeau uit op haar verjaardag.

garage

Papa zet de auto 's avonds in de garage.

tunnel

De trein rijdt door een lange tunnel.

liter

In het pak zit een hele liter melk.

circus

In het circus klimt de acrobaat hoog in de lucht.

olifant

De olifant spuit water met zijn slurf.

elektrisch

Papa rijdt op een elektrisch fiets naar zijn werk.

prijzen

Op de kermis kun je leuke prijzen winnen.

huizen

In onze straat staan veel oude huizen.

brieven

De postbode bezorgt de brieven in de bus.

eieren

De kip legt elke dag verse eieren.

bladeren

In de herfst vallen de bladeren van de bomen.

laarzen

Suus trekt laarzen aan als ze gaat paardrijden.

duiven

Op het plein lopen veel duiven te pikken.

wolven

In het sprookje huilen de wolven in het donkere bos.

muizen

De kat jaagt graag op kleine muizen.

druiven

Jip eet een trosje zoete druiven als tussendoortje.

bedden

In de slaapkamer staan twee bedden naast elkaar.

neuzen

Door de kou zijn alle neuzen helemaal rood.

namen

De juf schrijft alle namen van de kinderen op het bord.

regels

In onze klas hangen de regels aan de muur.

gaten

In mijn oude broek zitten allemaal gaten.

tonen

De piano laat mooie hoge tonen horen.

bomen

In het park staan hoge bomen.

wegen

Op de kaart staan alle wegen getekend.

deuren

In de gang zijn alle deuren dichtgedaan.

vogels

De vogels zingen vrolijk in de tuin.

muren

De muren van mijn slaapkamer zijn blauw.

ramen

Papa lapt alle ramen van het huis.

katten

De buurvrouw heeft drie zwarte katten.

getallen

Deze getallen hoef je niet voluit te schrijven.

vuren

Bij het kamp brandden er 's avonds twee vuren.

kanalen

In Amsterdam varen boten door de kanalen.

hoofdstad

Brussel is de hoofdstad van België.

zwembad

Op een warme dag gaan we naar het zwembad.

speelgoed

Ruim na het spelen je speelgoed weer op.

huiswerk

Na het eten maak ik eerst mijn huiswerk.

volgorde

De kinderen staan op volgorde van grootte.

keihard

Jip is keihard op de grond gevallen.

hulpmiddelen

Er zijn veel hulpmiddelen voor oudere mensen.

evenwicht

Kim verloor bijna haar evenwicht toen ze op de balk liep.

voordeur

Oma belt aan bij de voordeur.

bloeddruk

Bij de dokter meet de zuster de bloeddruk van opa.

gloednieuwe

Sofie heeft een gloednieuwe fiets gekregen.

schildpad

De schildpad eet een blaadje sla op.

regenboog

Na de bui zie ik een prachtige regenboog.

kerstboom

In december versieren we de kerstboom.

boekje

De juf leest een grappig boekje voor in de klas.

zonnetje

Vandaag schijnt het zonnetje lekker warm.

verhaaltje

Voor het slapen vertelt papa nog een kort verhaaltje.

eitje

Bij het ontbijt eet Sam een gekookt eitje.

spulletjes

Tom en Jip verkopen spulletjes op de rommelmarkt.

geintje

Mila heeft een geintje met Tom uitgehaald.

bloemetje

Suus plukt een geel bloemetje in de wei.

boompje

In de pot groeit een klein boompje.

treintje

Jip speelt met een klein houten treintje.

kettinkje

Lien kreeg een mooi gouden kettinkje voor haar verjaardag.

knuffeltje

Voor het slapengaan zoekt Mila altijd haar zachte knuffeltje.

buurjongetje

Tom speelt na schooltijd graag met zijn buurjongetje.

kammetje

Met een kammetje maakte Lien een scheiding in het haar van Kim.

potloodje

Suus slijpt het potloodje opnieuw.

Van lijst naar dictee

Probeer drie woorden meteen als luisterdictee (groep 5)

Gratis · geen account nodig · vragen worden vers gegenereerd

Veelgestelde vragen

Zijn dit de woorden van de toets?

Nee. De woorden zijn origineel en gemaakt in de stijl van de dictees op school en in het leerlingvolgsysteem — ze komen niet uit officiële toetsen van Cito, IEP of ROUTE 8. De spellingcategorieën sluiten wél aan bij wat op school geoefend wordt, dus je kind traint precies de juiste regels.

Hoe gebruik ik deze lijst voor een dictee thuis?

Lees de voorbeeldzin voor, herhaal het woord en laat je kind het opschrijven — precies zoals bij een dictee op school. Kijk daarna samen na en markeer de fouten; die woorden herhaal je een dag later nog eens. Tien woorden per keer is voor groep 5 ruim voldoende.

Welke spellingcategorieën horen bij groep 5?

In groep 5 draait het om de basisregels: open en gesloten lettergrepen, dubbele medeklinkers, ei/ij, au/ou, meervouden, samenstellingen en later in het jaar verkleinwoorden. Werkwoordspelling en leestekens volgen pas vanaf groep 6, dus die hoef je nu niet te oefenen.

Kan mijn kind de woorden ook beluisteren?

Ja. Elk woord in de lijst heeft een afspeelknop met natuurlijke Nederlandse uitspraak. In het online luisterdictee hoort je kind het woord en de zin, typt het antwoord en ziet meteen of de spelling klopt — gratis, ook zonder account.

Verder oefenen

Luisterdictee

Hoe het online dictee werkt — met echte stem en uitleg per woord.

Spelling groep 5

De complete taalverzorging-pagina voor deze groep.

Dicteewoorden groep 6

De oefenlijst op groep 6-niveau.

Dicteewoorden groep 7

De oefenlijst op groep 7-niveau.

Liever meteen oefenen?

In het luisterdictee hoort je kind deze woorden met een echte stem — en kijkt Oefenplaneet direct na.

Gratis luisterdictee starten →
Oefenplaneet

Oefenplaneet is een onafhankelijk oefenplatform en is niet verbonden aan, goedgekeurd door of gelieerd aan Stichting Cito, IEP (Bureau ICE), ROUTE 8 of enige andere toetsaanbieder. Alle genoemde merknamen zijn eigendom van hun respectieve houders. De oefenvragen op dit platform zijn origineel en niet afkomstig uit officiële toetsen.