Deze woordenlijst bevat dicteewoorden op het niveau van groep 5, geordend per spellingcategorie — van ei/ij en au/ou tot open lettergrepen en samenstellingen. Elk woord komt uit onze geverifieerde woordenbank en heeft een voorbeeldzin én een afspeelknop met echte uitspraak. Anders dan een papieren lijst van school kun je elk woord dus beluisteren en meteen online oefenen.
Print de lijst via je browser (Ctrl+P of Cmd+P) en je hebt een kant-en-klaar dictee voor aan de keukentafel. Wissel af: jij leest de zin voor, je kind schrijft het woord op.
Deze som vind ik best moeilijk.
Tijdens de schoolreis blijft het gelukkig droog.
De voorstelling op school was geweldig.
Wat heb jij een prachtig tekening gemaakt!
In het sprookje woont de koning in een groot kasteel.
Suus is altijd eerlijk tegen haar juf.
De leerlingen van meester Siem oefenen dagelijks met de tafels.
Bij de gymles maken we elke beweging na.
Na de wedstrijd kreeg de winnaar een mooie beker.
Mila vindt het lastig om stil te zitten.
Lien brengt een zak kleding naar het goede doel.
Met oma op de bank is het lekker gezellig.
De opening van de nieuwe speeltuin is morgen.
De auto remt en mindert snelheid.
De vrouw van de bakker staat in de winkel.
Papa wast de auto op het erf.
Anne durft van de hoge duikplank, want ze heeft veel vertrouwen.
De schat blonk van het goud.
Suus draagt een mooie blauwe jurk naar het feest.
Buiten is het ijzig koud vandaag.
De paus woont in een groot gebouw in Rome.
Op zolder staat een oude houten kist.
Na het voetballen stapt Sam onder de douche.
Het mooie fotomodel heeft veel zelfvertrouwen.
De juf legt haar hand op de schouder van Mila.
Na de voorstelling kregen de dansers een groot applaus.
Jip vindt de grap maar flauw.
Mila doet veel saus over haar patat.
De sterke mannen tillen de zware kast op.
Wat ruikt die appeltaart lekker!
Na school spelen de kinderen een potje voetbal.
Op maandag moet ik weer naar school.
Met grote stappen loopt papa naar de bushalte.
De bal stuitert tegen de muur van de gymzaal.
In de tuin staat een hoge boom.
Opa vaart met zijn boot over het meer.
Anne aait het bruine paard in de wei.
De oorzaak van deze ramp is niet bekend.
Tom ruimt zijn spullen op in zijn kamer.
Mila geeft een feestje voor haar verjaardag.
In de vijver zwemmen rode vissen.
Sam gaat op zijn stoel aan tafel zitten.
Het poesje is nog heel klein.
Over twee nachtjes is Mila eindelijk jarig.
Op vrijdag hebben we gym op school.
We gaan met de trein naar opa en oma.
Wat ben jij een dappere meid, zei de juf.
Voor het ontbijt bakt papa een ei in de pan.
In het oude verhaal woont een rijke keizer in een paleis.
Bij het eten kreeg ik kip met rijst.
Amir heeft zijn twijfels bij het plan.
Het zachte konijn knabbelt aan een wortel.
Mama schrijft een lijstje van wat we moeten kopen.
De inleiding is het begin van een verhaal.
Met zijn boog schiet hij de pijl recht vooruit.
In de vijver zwemmen oranje visjes.
Anne danst graag op vrolijke muziek.
Onder de foto staat een korte tekst.
Na een goede nacht slaap heeft Mila weer veel energie.
Mila zoekt een filmpje op de computer.
Meester Yunus geeft groep 8 les in techniek.
Mama koopt een kilo appels op de markt.
De beker is van plastic en kan niet breken.
Suus pakt haar cadeau uit op haar verjaardag.
Papa zet de auto 's avonds in de garage.
De trein rijdt door een lange tunnel.
In het pak zit een hele liter melk.
In het circus klimt de acrobaat hoog in de lucht.
De olifant spuit water met zijn slurf.
Papa rijdt op een elektrisch fiets naar zijn werk.
Op de kermis kun je leuke prijzen winnen.
In onze straat staan veel oude huizen.
De postbode bezorgt de brieven in de bus.
De kip legt elke dag verse eieren.
In de herfst vallen de bladeren van de bomen.
Suus trekt laarzen aan als ze gaat paardrijden.
Op het plein lopen veel duiven te pikken.
In het sprookje huilen de wolven in het donkere bos.
De kat jaagt graag op kleine muizen.
Jip eet een trosje zoete druiven als tussendoortje.
In de slaapkamer staan twee bedden naast elkaar.
Door de kou zijn alle neuzen helemaal rood.
De juf schrijft alle namen van de kinderen op het bord.
In onze klas hangen de regels aan de muur.
In mijn oude broek zitten allemaal gaten.
De piano laat mooie hoge tonen horen.
In het park staan hoge bomen.
Op de kaart staan alle wegen getekend.
In de gang zijn alle deuren dichtgedaan.
De vogels zingen vrolijk in de tuin.
De muren van mijn slaapkamer zijn blauw.
Papa lapt alle ramen van het huis.
De buurvrouw heeft drie zwarte katten.
Deze getallen hoef je niet voluit te schrijven.
Bij het kamp brandden er 's avonds twee vuren.
In Amsterdam varen boten door de kanalen.
Brussel is de hoofdstad van België.
Op een warme dag gaan we naar het zwembad.
Ruim na het spelen je speelgoed weer op.
Na het eten maak ik eerst mijn huiswerk.
De kinderen staan op volgorde van grootte.
Jip is keihard op de grond gevallen.
Er zijn veel hulpmiddelen voor oudere mensen.
Kim verloor bijna haar evenwicht toen ze op de balk liep.
Oma belt aan bij de voordeur.
Bij de dokter meet de zuster de bloeddruk van opa.
Sofie heeft een gloednieuwe fiets gekregen.
De schildpad eet een blaadje sla op.
Na de bui zie ik een prachtige regenboog.
In december versieren we de kerstboom.
De juf leest een grappig boekje voor in de klas.
Vandaag schijnt het zonnetje lekker warm.
Voor het slapen vertelt papa nog een kort verhaaltje.
Bij het ontbijt eet Sam een gekookt eitje.
Tom en Jip verkopen spulletjes op de rommelmarkt.
Mila heeft een geintje met Tom uitgehaald.
Suus plukt een geel bloemetje in de wei.
In de pot groeit een klein boompje.
Jip speelt met een klein houten treintje.
Lien kreeg een mooi gouden kettinkje voor haar verjaardag.
Voor het slapengaan zoekt Mila altijd haar zachte knuffeltje.
Tom speelt na schooltijd graag met zijn buurjongetje.
Met een kammetje maakte Lien een scheiding in het haar van Kim.
Suus slijpt het potloodje opnieuw.
Gratis · geen account nodig · vragen worden vers gegenereerd
Nee. De woorden zijn origineel en gemaakt in de stijl van de dictees op school en in het leerlingvolgsysteem — ze komen niet uit officiële toetsen van Cito, IEP of ROUTE 8. De spellingcategorieën sluiten wél aan bij wat op school geoefend wordt, dus je kind traint precies de juiste regels.
Lees de voorbeeldzin voor, herhaal het woord en laat je kind het opschrijven — precies zoals bij een dictee op school. Kijk daarna samen na en markeer de fouten; die woorden herhaal je een dag later nog eens. Tien woorden per keer is voor groep 5 ruim voldoende.
In groep 5 draait het om de basisregels: open en gesloten lettergrepen, dubbele medeklinkers, ei/ij, au/ou, meervouden, samenstellingen en later in het jaar verkleinwoorden. Werkwoordspelling en leestekens volgen pas vanaf groep 6, dus die hoef je nu niet te oefenen.
Ja. Elk woord in de lijst heeft een afspeelknop met natuurlijke Nederlandse uitspraak. In het online luisterdictee hoort je kind het woord en de zin, typt het antwoord en ziet meteen of de spelling klopt — gratis, ook zonder account.